W@dgidsenWeb 2.1

U bent in menu 6. Overheid

Broodkruimelpad

Home 6. Overheid Overheid Restcategorie

Restcategorie


Medewerkers van de 'Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders' verkennen op 'slikschoenen' (trippen)
een drooggevallen polder in het IJsselmeer of de Wieringermeerpolder, plaats en datum onbekend.

Door Redactie

Sinds 1 januari 2021 worden de theoretische examens voor wadloopvergunningen ('erkenning tot wadloopgids') afgenomen door een Examencommissie samengesteld uit wadloopgidsen van de 8 wadlooporganisaties. Als een kandidaat voor het examen is geslaagd gaat er een seintje naar de provincie Fryslân dat de kandidaat een individuele vergunning kan aanvragen. Of voor een wadlooporganisatie als gids mag fungeren.

De leden/examinatoren van de examencommissie zijn per 1 januari 2021 (update 1 sept. 2021):

  • Jan Oome - Groninger Wadloopvereniging Arenciola, voorzitter
  • Henk Kuypens - St. Wadloopcentrum Pieterburen, vice-voorzitter
  • Ypke Bouma - Wadloopcentrum Fryslân
  • Melle ten Kate - Vrije Wadlopers
  • Uhmra van der Kooi - St. Uithuizer Wad
  • Lammert Kwant - Wadgidsengroep Noord Nederland en Fryske Waedrinners

Examenkandidaten worden door 2 of 3 examinatoren (in wisselende samenstelling) aan de tand gevoeld.

Aanvragen voor een wadloopvergunning worden behandeld door het secretariaat van de Provincie Fryslân. Dit geldt ook voor vergunningen op het wad van de provincies Groningen en Noord-Holland. Wadloopvergunningen of -ontheffingen kunnen online worden aangevraagd via het adres Wadloopvergunning aanvragen.


Veiligheidsprotocol calamiteiten met wadlopers 2018

Richtlijnen Marifoongebruik Wadlopen

1. Uitgangspunt:

  • je marifoon (portofoon) is je belangrijkste gereedschap waar je in geval van communicatie (informatie, hulp, nood) in alle gevallen mee uit de voeten kan
  • houd je portofoon altijd bij je, zorg bij elke tocht voor een opgeladen accu
  • besef de noodzaak van goed ingestelde apparatuur voor je eigen veiligheid en die van anderen
  • zorg dat je de belangrijkste noodkanalen uit je hoofd kent
  • maak alleen gebruik van kanalen waar je vergunning voor hebt
  • besef dat je soms niet altijd een goed radiobereik hebt
  • besef dat alle communicatie openbaar is en anderen mee kunnen luisteren.

2. Draagwijze portofoon

  • voor optimaal bereik stel je de portofoon in op High Power
  • houd de portofoon verticaal, met de antenne rechtstandig omhoog
  • bevestig de portofoon liefst zo hoog mogelijk op je rugzak
  • controleer altijd de –volume stand- van je portofoon
  • laat harde wind niet in je microfoon komen of ga uit de wind staan.

3. Etherdiscipline

  • spreek pas wanneer het kanaal vrij is
  • spreek pas nadat je de spreeksleutel hebt ingedrukt
  • meld wie je bent en met wie je wilt spreken
  • spreek rustig en verstaanbaar. Houdt de microfoon op 10-15 cm afstand van je mond
  • laat de andere partij uitspreken
  • beëindig je zin met -over-
  • beperk de communicatie tot functionele en zakelijke informatie
  • wees voorzichtig met gevoelige (persoonlijke) informatie
  • bedenk vooraf wat je wil zeggen en spreek kort en bondig
  • herhaal belangrijke informatie
  • niet direct een antwoord? > meld Stand-By!
  • maak gebruik van de radioprocedure en gebruik voor spelling het NATO spelalfabet, zie 7
  • bij melding van een calamiteit is er 1 gids belast met communicatie met de hulpdiensten
  • volg instructies op van ZVP (Zeeverkeerspost) / KNRM.

4. Gebruik portofoon

  • een geldig basiscertificaat Marifonie dien je bij je te hebben
  • je portofoon mag je pas gebruiken met geprogrammeerde ATIS code
  • zout is funest voor je apparatuur, spoel na het wadlopen je portofoon af met zoet water
  • controleer regelmatig de accucontactpunten
  • verleng de acculevensduur door pas te laden nadat accu geheel leeg is.

5. Marifoonkanalen wadlopen

6. Veel gebruikte uitdrukkingen

7. NATO spelalfabet

Van Henk Postma, 25 januari 2019

Download 'Richtlijnen Marifoongebruik Wadlopen' als pdf-document


Met ingang van 1 januari 2020 en het van kracht worden van de Wadloopverordening 2019 is een nieuwe en aangepaste versie gepubliceerd van de Eindtermen Opleiding tot Wadloopgids.


'Eindtermen Wadloopgids' - oorspronkelijke versie

Overeengekomen tussen de drie waddenprovincies (Stuurgroep Waddenprovincies) en zeven wadlooporganisaties te Haren Gn, december 1999.


Aan wadloopgidsen worden eisen gesteld ten aanzien van ervaring met en kennis van het wad als wel eisen ten aanzien van de veiligheidsmaterialen die tijdens een wadlooptocht moeten worden meegevoerd. Dit geldt zowel voor ervaren als aankomende gidsen.

Bij de beoordeling van aanvragen voor een wadloopvergunning door de provincies wordt gebruik gemaakt van een referentiemethode. Naast individuele referenten, veelal ervaren wadloopgidsen, worden ook de wadlooporganisaties gevraagd een referentie af te geven. Dit laatste is altijd het geval als de aanvrager als gemachtigde bij een organisatie actief is. Bij de beoordeling van een aanvraag weegt het oordeel van een organisatie zwaar.

Bij een dergelijke beoordeling door derden ontbraken tot op dit moment eenduidige en dus controleerbare maatstaven. 'Het handelen te goeder trouw', weliswaar gebaseerd op jarenlange praktijkervaring, was in de praktijk de enige leidraad voor de beoordeling van een aanvraag door derden.

Om inhoud te geven aan de in de verordening en het convenant opgenomen kennis- en ervaring eisen, zal bij het hanteren van het referentiesysteem nu sprake zijn van duidelijk omschreven criteria, de 'eindtermen wadloopvergunning'. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een wadloopvergunning zal de kennis en ervaring van de aanvrager getoetst worden aan de hand van deze 'eindtermen'. Daarbij zal de aanvrager d.m.v. een puntensysteem, moeten voldoen aan de vermelde minimumeisen. Voordeel van een dergelijk systeem is dat:

  • de veiligheidsaspecten van het wadlopen daardoor beter gewaarborgd kunnen worden;
  • er een objectieve(re) toetsing van een nieuwe aanvraag voor een wadloopvergunning kan plaatsvinden;
  • het hanteren van aanwijsbare criteria daarnaast bijdraagt aan de rechtsgelijkheid bij de behandeling van elke nieuw ontvangen aanvraag voor een wadloopvergunning.
 
In de eindtermen worden eisen aan de gids gesteld t.a.v.:

Van een gids wordt bovendien verwacht dat deze op doeltreffende wijze kan handelen op momenten waar op calamiteiten zich voordoen. Hij kan in dat geval beschikken over de actuele informatie voor het inschakelen van de hulpdiensten.


 
A. Uitrusting

Voor het welslagen van een wadlooptocht is het voor de gids belangrijk om over een goede uitrusting te beschikken. Onderstaande zaken dienen tijdens een wadlooptocht meegevoerd te worden.

  1. Een wadloopgids dient zich voor een tocht voldoende te kleden. Hij dient daarbij rekening te houden met de aard van de tocht.

  2. Aan uitrusting:
    • een goed werkend vloeistof of digitaal kompas. Per groep moeten minimaal twee kompassen worden meegenomen
    • een reddingslijn (van plusminus 25 m)
    • een reddingsdeken
    • het meevoeren van een draagbaar is verplicht
    • een duidelijk hoorbare fluit
    • een setje verband- en hulpmiddelen, zie Basiskennis EHBO
    • een peilstok
    • een goed werkend horloge
    • de verstrekte legitimatiekaart voorzien van een goed gelijkende pasfoto
    • minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep
    • een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd
    • een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt (zo mogelijk een namenlijst)
    • een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon 1) en een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht
    • voldoende proviand voor de tocht.
Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn is dat ook voldoende.

1) Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor 'bijzonder gebruik' van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontacten (tel. 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat ( minimaal Basiscertificaat Marifonie).


 
B. Topografie
  1. De gids dient een gedegen terreinkennis te hebben van het gebied waarin gelopen gaat worden. De gids moet op de hoogte zijn van de ter plaatse te verwachten slikvelden, zandplaten en de ligging en diepte van geulen en prielen. Daarbij dient de gids gebruik te maken van een routekaart waarop de te lopen koersen op het wad staan vermeld evenals de laagste en hoogste punten in de route en de punten waar koersveranderingen (met de daarbij behorende coördinaten) moeten worden gemaakt. Daarnaast moeten ook de afgesloten gebieden (art. 20 Natuurbeschermingswet 1998) op de kaart vermeld staan. De gids moet kunnen motiveren waarom en op welk punt op de route een koersverandering moet worden gemaakt. Op de routekaart moet de positie van de groep permanent afgelezen kunnen worden.

  2. De gids dient een gedegen kennis te hebben van de werking van kompas (en moet zelfstandig een positiepeiling kunnen uitvoeren) en moet goede vaardigheden hebben voor wat betreft het kaartlezen. De gids moet in staat zijn op een van de voren uitgezette route te lopen met daarin de 'knikpunten' van koersverandering.

  3. De gids moet in het bezit zijn van een uitgewerkt tijdschema voor de tocht. Duidelijk is dat in de beperkte periode waarin een wadlooptocht mogelijk is het bewaken van de tijd van levensbelang is. De route moet in redelijkheid zodanig gekozen worden dat deze kan worden gelopen binnen de beschikbare tijd. De gids dient een planning te maken van de posities waar men op een bepaald tijdstip dient te zijn (bv. op welk tijdstip dient een geul in de route te worden genomen). Uiteraard is het in dit verband belangrijk zich aan het vertrektijdenschema te houden.


 
C. Meteorologie
  1. Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellen van de actuele weersverwachtingen ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Er is hier sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloopgids.

  2. Zo moet de gids een inschatting kunnen maken van de kans op onweer, gebaseerd op meteorologische gegevens. De gids moet in staat zijn informatie met betrekking tot de windrichting en -sterkte op een juiste wijze te interpreteren in verband met de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de waterstanden.

  3. De gids moet daarnaast in staat zijn de kans op regen en daarmee samenhangende temperatuurverschillen te kunnen inschatten (in dit verband is het van belang te letten op de gevoelstemperatuur en het gevaar van onderkoeling).

  4. Voorwaarde daarvoor is dat de gids goed op de hoogte is van de bestaande weerkundige informatiebronnen.


 
D. Hydrologie
  1. Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellen van de actuele hydrologische omstandigheden ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Ook hier is sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloopgids.
    Zo moet een gids op de hoogte zijn van de te verwachten verhogingen, dan wel verlagingen van de waterstand als gevolg van de meteorologische omstandigheden (bv. windrichting en -sterkte).

  2. Voorwaarde daarvoor is dat de gids op de hoogte is van de bestaande informatiebronnen voor de actuele waterstanden.

  3. Geen tocht mag worden gehouden indien daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm).

  4. Een gids moet in staat zijn stroomrichting, stroomsnelheid en de waterhoogte in de geulen op de route in te schatten.

  5. Een gids moet een goede kennis hebben van de astronomische getijgegevens, zoals tijdstip van hoog en laag water, de aard van het getij (springtij, doodtij, de dagelijkse ongelijkheid, apogeum, perigeum) en de actuele getijtabel.

    NB: De in het 'Uiterste vertrektijdenschema' vermelde tijden blijven overigens onverkort van kracht.


 
E. Organisatie en omgang met deelnemers
  1. In het algemeen is tijdens wadlooptochten de 'gedragscode t.a.v. wadlooptochten en zwerftochten' van toepassing, zoals die is opgenomen in het Convenant Wadlopen. De gids dient de deelnemers aan een tocht van tevoren te informeren over de juiste kleding, de fysieke eisen, de risico's en van het belang op tijd aanwezig te zijn op de afgesproken locatie e.d.

    Een gids moet voorafgaand aan en tijdens een wadlooptocht een inschatting van de fysieke toestand van de deelnemers kunnen maken en moet weten hoe hiermee om te gaan. Bv. door te besluiten deelnemers niet mee te nemen, dan wel terug te sturen of door meer rustpunten in de route op te nemen.

  2. De gids ziet er op toe dat de door de deelnemers aan een wadlooptocht meegebrachte kleding, gelet op de aard van de tocht, voldoende is. Van belang daarbij is te letten op voldoende warme kleding, zodat onderkoelingsproblemen kunnen worden voorkomen.

  3. De gids dient een gedegen kennis te hebben van EHBO en moet in staat zijn wanneer dat nodig is zelfstandig een reanimatie uit te voeren. De gids moet in staat zijn preventieve maatregelen te nemen ter voorkoming van letsel, maar moet bij optredend letsel in staat zijn een eerste behandeling uit te voeren.

  4. De gids moet weten hoe om te gaan met onervaren deelnemers op het wad bij de passage van geulen, slikvelden en bij slecht weer en mist.

  5. De gids moet in staat zijn de meegevoerde verbindingsapparatuur te bedienen. Het is vereist in het bezit te zijn van geldige bedieningscertificaten voor maritieme zendapparatuur.

  6. De gids moet in staan zijn om onder alle omstandigheden op adequate wijze leiding te geven aan de groep en moet, wanneer de omstandigheden dit vereisen (bv. bij mist of onweer), tussentijds routecorrecties kunnen uitvoeren of de route verkorten. De gids moet tijdig het besluit kunnen nemen een reddingsactie aan te vragen en de gids dient daarvoor op de hoogte te zijn van de juiste procedures.



Reeprielen ten zuiden van Rottumeroog medio januari 2020 kort voor zonsopgang.
Op de achtergrond de Eemshaven, kolencentrale RWE.

Foto Peter Laagland

Wadloopadviescommissie (WAC) - 1981-2019

De Wadloopadviescommissie is in 1981 ingesteld bij het van kracht worden van de 1e Provinciale Wadloopverordening. Op basis van art. 8 van deze verordening is er een commissie van deskundigen in het leven geroepen die Gedeputeerde Staten van Groningen, Fryslân en Noord Holland adviseerde over alle belangrijke zaken die met het wadlopen te maken hadden, bv. vergunningverlening, vergunningvoorschriften, sanctiebeleid e.d. Iedereen die een wadloop B-vergunning (individuele wadloopvergunning) aanvroeg, werd door de examencommissie van de adviescommissie mondeling getoetst op kennis en ervaring. Ook had de commissie een taak in het beoordelen van de interne opleidingen tot wadloopgids bij de acht wadlooporganisaties.

Veiligheidscommissie
Van 1981 tot 1996 was de Wadloopadviescommissie een 'veiligheidscommissie'. Er werd in brede zin geadviseerd over zaken die met de veiligheid van het wadlopen te maken hadden. Uitsluitend wadlopers waren lid van de commissie (plus een voorzitter met juridische deskundigheid).

De 3e Wadloopverordening die eind 1996 van kracht werd gaf de provinciale overheid ook mogelijkheden maatregelen te treffen met betrekking tot het wadlopen als dat van belang werd geacht voor de natuur en het landschap van de Waddenzee, bv. om verstoring van vogels en zeehonden tegen te gaan. Verder werd het wadlopen vanaf drooggevallen schepen onder de verordening gebracht, evenals de natuureducatieve excursies die vanaf de Waddeneilanden en vanaf de vaste wal werden georganiseerd.
In verband hiermee werd de samenstelling van de adviescommissie veranderd. Behalve wadlopers zaten er nu ook deskundigen in de commissie met kennis van natuur en landschap van de Waddenzee, van het wadlopen vanaf drooggevallen schepen en van de natuureducatieve excursies.

Opnieuw veiligheidscommissie
In 2010 zijn de bepalingen met betrekking tot natuurbescherming uit de 3e Wadloopverordening gehaald en bij de Wet Natuurbescherming (Wnb) ondergebracht. Daarmee werd de Wadloopadviescommissie opnieuw alleen een 'veiligheidscommissie'.

Ieder lid zat op persoonlijke titel in de commissie en niet namens een wadlooporganisatie of andere belangenorganisatie. Men werd gevraagd en benoemd door Gedeputeerde Staten van Fryslân. De zittingstermijn was 4 jaar en kon een onbepaald aantal keren worden verlengd. Dhr. Ypke Bouma zat zodoende van 1981 - 2019 in de WAC en dhr. Lammert Kwant van 1993 - 2019. De commissie kwam twee tot drie keer per jaar in besloten zitting te Leeuwarden bijeen.


Veiligheid Advies Commissie Wadlopen (VACW) - 2020-heden

Op 1 januari 2020 is de Wadloopverordening 2019 van kracht geworden. De Wadloopadviescommissie (WAC) bestaat niet meer, in het leven geroepen is de Veiligheids Advies Commissie Wadlopen (VACW). Deze commissie gaat vnl. op beleidsniveau adviseren, bv. over regelgeving, zowel over Wadloopverordening als vergunningvoorschriften. Bij calamiteiten/incidenten zal de commissie om advies worden gevraagd, bv. om eventuele sancties in te stellen.

Gedeputeerde Staten van Fryslân hebben op 8 september 2020 de 9 leden van de Veiligheid Advies Commissie Wadlopen benoemd.

  • Ineke van Gent - voorzitter, burgemeester gemeente Schiermonnikoog
  • Nancy L. Caviët (Nanette) - wadloopgids
  • Luppo Deuntje - wadloopgids. coördinator wadloopreddingsoefeningen
  • Tim Abelen - wadloopgids, benoemd per 1 februari 2021
  • Jan Overduin - wadloopgids, vrijwillig bemanningslid ms. Noordster
  • Henk Postma - wadloopgids. coördinator wadloopreddingsoefeningen
  • Pieter Ros - coördinator Waddenzee bij Veiligheidsregio Fryslân, wadloopgids
  • Harriët Stalman - wadvaarder
  • Roland Wijmenga - Rijkswaterstaat, natuurbeheer, adviseur

Ieder lid zit op ‘persoonlijke titel’ in de commissie, zonder ‘last of ruggespraak’ met wie dan ook.

Verder doen mee in de commissie (zonder stemrecht):

  • Evelien Duizendstraal - Provincie Fryslân, secretariaat
  • Tanja Tuenter - Provincie Fryslân, jurist

Aanvragen voor een wadloopvergunning zullen niet meer worden behandeld in de VACW, maar door het secretariaat van de Provincie Fryslân worden verwerkt. Dit geldt ook voor vergunningen op het wad van de provincies Groningen en Noord-Holland. De VACW verzorgt evenmin examens voor individuele personen die een vergunning aanvragen om met maximaal 12 personen op het wad te kunnen lopen.

Het reglement voor de VACW is op 1 januari 2020 vastgesteld.


Basiskennis EHBO

Deze versie van 'Kennis van EHBO voor Wadloopgidsen' is toegezonden aan de wadloopvergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.


In de voorwaarden, zoals die verbonden zijn aan de vergunningen en de ontheffingen, staat vermeld dat verwacht wordt dat een vergunning- of ontheffinghouder de basiskennis van EHBO heeft. Hieronder is daartoe een aantal stoornissen c.q. verwondingen aangegeven die bij wadlooptochten (en mogelijk excursies) kunnen voorkomen en waarvan het voor een gids belangrijk is ze te kunnen onderkennen en (afvast) te behandelen.

1. Stoornissen in:

  • bewustzijn (incl. flauwte)
  • ademhaling (incl. verslikken en hyperventilatie; dit bijvoorbeeld ten gevolge van ruimtevrees)
  • bloedcirculatie (incl. shock en hartstilstand na blikseminslag)

Behandeling

  • ademweg vrijmaken
  • kunstmatige beademing
  • hartreanimatie
  • (en uiteraard snel hulp inroepen)

2. Stoornissen in lichaamsconditie en lichaamstemperatuur:

  • onderkoeling (komt vaak voor)
  • oververhitting (dragers van wetsuit/duikpak)
  • zonnesteek
  • zware inspanning/uitputting

3. Regelmatig voorkomende verwondingen en blessures:

  • kleine wonden en/of bloedingen, b.v. snijwondjes (schelpen) of blaren
  • verstuikingen en verzwikkingen van gewrichten (enkel en knie)
  • spierblessures (met name spierkramp en verrekkingen, b.v. zweepslag in de kuit)
  • kwallenbeten
  • zonverbranding
  • vuiltje in het oog
  • bloedneus

Een en ander kan worden nagelezen in bv. het Oranje Kruis Boekje.


Inhoud verbanddoos

  • 2 reddingsdekens
  • voorgeknipte pleisters
  • betadine-jodium of ander wond-ontsmettend middel
  • snelverband 12x12 en 18x18 cm of snelverband op rol
  • zelfklevende zwachtels
  • verbandschaar
  • enkeltape
  • paracetamol of ibuprofen (wel altijd eerst vragen naar evt. overgevoeligheid)

Tips: buiten de EHBO-doos evt. ducktape, erg handig
En voetbalkousen om aan te trekken over kapotte of te grote wadloopschoenen.