Texel - Hengst, 06-08-2011

Vertrek bij Schorren 3.00, LW Oude Schild 7.36 bij -89, voorafgaand LW +44 (astronomisch). Helaas 15 cm verhoging bij start, waarschijnlijk nauwelijks verhoging bij lw, maar sterk opkomende vloed. Aankomst 11.45 op Hengst, 35 km, ongeveer 8.30 looptijd. De tijen in augustus en september zijn grotendeels ongunstig voor lange tochten in het Westelijk Waddengebied. Hele mooie waren op 1 en 2 augustus. Kees Wevers kon van die gelegenheid gebruik maken voor een retourtocht Hengst-Richel, Ben en Kees waren toen braaf aan het werk. Zaterdag 6 augustus was een goede gelegenheid voor een monstertocht naar Hengst, maar de weersvooruitzichten waren matig. Omdat Jan Hot, onze schipper van Texel, aangaf bij de sleutelpassage zagers te gaan steken was de vluchtroute verzekerd en kon zonder veel risico een poging ondernomen worden. Kees Wevers als ontdekker van Hengst werd meegevraagd, zodat wij opnieuw als drietal op pad gingen. En dat beviel ook deze keer heel goed!

Voordat wij aan boord gingen in Den Helder belden wij Jan om te zeggen dat onze poging definitief doorging. Ik vroegen hem of wij de fotoapparatuur van Ben langs konden brengen en of hij die dan aan boord mee wilde nemen. Ben wilde op de terugweg een fotoreportage van zeehonden maken. De vorige keer waren wij daar op twintig meter afstand langs gevaren. Dat was geen enkel probleem en Jan vroeg meteen of we bij hem in de schuur wilden slapen. Dat leek ons luxer dan aan de dijk. Zelf zou hij er niet zijn, want hij stond op het punt om uit te varen. Hij ging netten zetten op de Vlakte van Kerken, waar wij morgen zouden starten.

Om 22.15 uur reden we het erf van Jan op. Wij werden hartelijk ontvangen door Ellen en kregen van dochter en zoonlief te horen dat we goed gek waren om zo’n eind op het wad te gaan lopen. Dochter wist alles van het tij: “Met eb moet je langer lopen voordat je bij de zee bent en het wordt dan meteen diep.” Ellen bood aan in het kantoortje te slapen en dat deden wij graag. Helaas moesten wij 2.15 uur opstaan en kwamen tegelijkertijd met Kees aan bij de Schorren. Op de dijk waaide ons een ONO wind in het gezicht. Gunstig dacht ik, voorspeld was dat de wind pas later door Z naar O zou gaan. De sterrenhemel was schitterend, maar in het NW en N zat al bewolking aan de horizon. Het water was glad als een spiegel. Ik belde de Brandaris en kreeg te horen dat er 15 cm verhoging was. Ai, dat konden we op deze tocht niet hebben. Veel water in het begin zou ons tijdschema in duigen doen vallen. Jan vertelde later dat hij het ook niet begreep. “Soms is het toch gewoon anders dan verwacht. Vannacht bleef het water maar komen. Er stond veel meer dan normaal.” We gingen al meteen kniediep en al snel was de zee niet meer glad en nam de wind toe tot ONO 3. Ben en Kees liepen met een hoofdlamp. Zelf hou ik daar niet van. Nu kon ik optimaal genieten van de zeevonk. Eerst alleen van mijn boeggolf, daarna ook van de golven. Oriënteren ging het eerste uur goed op de sterren, maar toen werd de bewolking te erg, waardoor ik regelmatig het lichtje van de gps aan moest doen. Bij de Scheer hadden we al ruim een half uur achterstand en bij de Breesem was dat drie kwartier. Dat zag er niet goed uit. Gelukkig was daar de nachttocht ten einde. Donker is in het begin mooi, maar na een uur begin je naar licht te verlangen. Door de tegenomen wind en het opspattende water hadden we het alle drie koud gekregen. Ik liep zelf in een een poloshirt en dun windjack en deed onder dat jack een trainingsjasje aan.

Onder het Foksdiep viel het droog. Ondertussen was de zon genoeg boven de horizon om door de dunne bewolking heen te schijnen Helaas was het al na een kwartier uit met de pret en gingen we weer het water in. Ondertussen leek het nadeel van veel water opgeheven en werden de omstandigheden vergelijkbaar met eerdere oversteken. Ik achtte een passage van de Oestergeul om 10.15 haalbaar. Uit mijn informatie was naar voren gekomen om uiterlijk 9.50 te passeren, maar omdat Jan daar met zijn boot zou liggen konden we het er met een gerust hart op wagen.

Bij het Harlinger Gat had ik aan de hand van een ervaring op de terugtocht van Richel de route oostelijker over een ruggetje gelegd. Ben en Kees volgden deze route. Zelf besloot ik af te snijden en te kijken of dat lonend zou zijn. Niet dus! Het eerste stukje was nog even diep, maar al snel liepen Ben en Kees enkeldiep, terwijl ik het met kuitdiep moest doen. Terug naar mijn nieuwe route dus!

Bij de Driesprong was het als vanouds. Water tot net onder de knieën en veel oesters. Doordat het water helder was kon je er goed tussendoor slalommen. Op de oesters hadden zich prachtige, meer dan een meter lange beswieren gevestigd. Kees Wevers ging daarna een enorme buitenbocht lopen, Ben volgde de route en ik besloot onder invloed van het landschap en mijn indrukken van Google Earth tot een afsnijpoging. Op Google lijkt de geul onder het wantij naar Hengst pas laat diep te worden (scherpe lijnen). In het begin is het een vage vlek. Tot de geul ging zonder een probleem. De geul naderend zag ik toch oesterbanken. Dat is niet goed, want dat betekent in de regel snel stromend water. Ik paste mijn koers nog wat aan, maar dat hielp niet. Bij mijn eerste poging viel ik er bijna in, zo stijl liep het af. Bij mijn tweede poging werd ik bijna weggespoeld. Voor mijn derde poging, steeds oostelijk natuurlijk, deed ik mijn shirt en jasje uit en probeerde het op een breed stuk. De stroming was houdbaar, maar bij borstdiep liep de bodem nog steeds af. Klote dus.

Mijn enorme voorsprong op de anderen veranderde in een achterstand. Terwijl zij vanaf de goede kant naar mijn geploeter keken, koos ik eieren voor mijn geld en besloot naar het begin van de geul te lopen. Daarvoor moest ik nog wel door een vijftig meter lange modderbank ploeteren. Het begin van de geul is een mooi bekken. De N-zijde is gewoon een oever, maar de Z-zijde wordt gevoed door een vijftal geulen als kwart cirkels, van elkaar gescheiden door wallen met blinkende schelpen. De geultjes waren dijdiep, de wallen kuitdiep. De hoofdstroom was iets boven de knie. Het water was schitterend helder zodat ik wel een mooie ervaring had. Aan de goede kant van de geul beland waren Ben en Kees nu stipjes aan de verkeerde horizon. Ben had de geplande route gelopen en was op een gegeven moment bij Kees gekomen die de buitenbocht had gelopen, langer, maar minder water dus hoger tempo. Ik was blij met hun beslissing door te lopen. In water loop ik niet snel, maar in modder en op het drooggevallen wad ga ik hard en de oestergeul was natuurlijk op gruwelijke wijze aan het vol lopen. In looppas dus! Van de gps leerde ik dat ik gemiddeld 10 km per uur had gelopen. Na 2,7 km in 16.47 minuut was ik weer bij de anderen. Ik weet nu dat ik dit tempo redelijk in steady state kan, 10 km moet goed mogelijk zijn. Ik had met Kees een gesprekje over de naderende geul. Ik vroeg hem of het een geldige poging was indien hij op mijn schouders ging zitten. Dat staat niet beschreven, maar ik verwacht dat dat ongeldig is, reageerde hij serieus op mijn opmerking.

Aan de horizon verscheen een bootje. Dat zal Jan Hot wel zijn zei ik en ja hoor, in een geweldige hoeveelheid water lag de Wadkuip te dobberen, met Jan en een makker. Er was werkelijk alleen aan de verre horizon nog een stuk droog liggend wad te zien. Jan lag bij een eerste geultje dat niet in mijn geheugen zat. Ik had het bij onze eerste tocht naar Hengst slechts als een laagte ervaren. Ben en ik volgden onze gps-route, Kees liep iets noordelijker. Jan hielp door met een pijlstok de diepte aan te geven. Terwijl Ben een foto nam, verscheen nog geen 20m achter hem een zeehond die ons eens ging bekijken. We liepen dus vlak bij een stijlrand. Het eerste geultje was voor ons niet meer dan middeldiep. Ik was blij dat ik een stukje van 10 m met vier waypoints had aangegeven. Deze route had ik de vorige keer expres gelopen om een oestervrije doorgang te verzekeren. Ben ging eerst behoedzaam manoeuvrerend en weer kwam de zeehond kijken. Over mijn rechter schouder kijkend zag ik plotseling Kees verdwijnen. He Kees ga je een stukkie zwemmen riep Jan. Geheel volgens de etiquette van het wadlopen zwom Kees het gat uit en vervolgde vervolgens enkel meters noordelijker lopend zijn doorsteek. Natuurlijk plaagden wij hem dat hij gediskwalificeerd was, maar de juryboot bevestigde dat de poging correct was.

Ik volgde Ben en had een probleem dat na elk waypoint mijn schaal veranderd. Opnieuw inzoomen gaat niet makkelijk in water tot iets boven de borst. Na enkele meters kwamen wij op de gewenste schelpenbank, die slecht een halve meter onder water lag. Vandaar uit zagen wij dat de oesterroute van Kees ook mogelijk was. Later bleken zijn schoenen echter beschadigd door deze akelige weekdieren. Na de geul resteerde een 700 m brede laagte van een kniediep water. Eindelijk weer vaste grond onder de voeten en meteen werd duidelijk dat Hengst een hoogwatervluchtplaats was. Vele honderden stellopers gingen op de wieken, maar streken slechts iets verder weer mee. De verstoring was nihil. De plaat was vele malen kleiner dan tijdens de vorige tocht. Het snel opkomende water maakte een ideale lijn naar Hengst onmogelijk. Hengst bleek nu echt een eiland. Bij aankomst zat het vol meeuwen, aalscholvers, eiders en zeehonden zwommen net onder de oever. De beste dieren schoven een eilandje op en wij namen beslag van ons reisdoel. Het was duidelijk zichtbaar dat het recent overstroomd was geweest. Nu lag het nog 20cm boven water en het was nog bijna twee uur voor hoogwater! Hot die zijn makker naar huis had gebracht werd gebeld en kwam meteen naar ons toe gevaren. Dat duurt een kwartiertje. Wij maakten wat foto’s en deden een droog shirt aan en onze regenbroek. De hele tijd dobberden een gewone en een grijze zeehond op 25m van ons. Voor de tweede keer werden wij door de zeehonden bekeken. Wat later was Jan er. Door het hoge water waren alle zeehondenbanken verdwenen, dus foto’s werden er niet meer gemaakt.

Ons fraaie avontuur eindigde in de huiskamer van Jan en Ellen. Gastvrij werden wij op koffie en soep onthaald. Helaas lieten Ben en ik een spoor van modder achter. Kees had een volledig schone outfit uit zijn rugzak gehaald en was weer het heertje. Met dank aan de hulptroepen hadden wij weer een mooie tocht gemaakt.

Kees Rodenburg

Bijlage bij [email protected] 2.1