Terschelling - Kamperzand (Zeehondenbanken) v.v. 22 - 23 juli 2012

Vr. 20 juli 2012: Terschelling - Kamperzand verkenning
Deze zomer was ik voor de zesde keer met ons gezin met vakantie op Terschelling. De eerste week veel westenwind en weinig gelegenheid tot verkennen. Vrijdag 20 juli was een geschikte dag. 18.51 was het laag water Harlingen met -98 en ik vertrok vanwege de lage temperatuur in neopreen. Water en lucht waren beide zoín 16 graden. Vertrek was vanaf Blauwe Slenk / Boschplaat vier uur voor lw H om 14.50.

Het Oosterom leverde water tot aan de schouders op en ook daarna bleef het nog lang diep. Ik passeerde boei 52 na 1.08. Het neopreen bewees een tweede keer zijn dienst na 1.50 bij een geulpassage met water boven het middel. Deze geul is eenvoudig te omzeilen door een 100m westelijkere koers. Dat houdt echter wel in dat je overal met 10 cm meer water loopt.
De zone na het Oosterom is een groot bekken met een duidelijke rand in het oosten. Je loopt daar veel droger, maar met wel af en toe op en af door overwegend ondiepe, vlakke geulen. Na 2.50 uur lopen viel er eindelijk een plaat droog en ging ik voor het eerst drinken en eten. Het weer was goed en ik wurmde me uit het bij droogvallen akelige neopreen.

Op het door mij geplande draaipunt lag een grote tweemaster gemeerd. Het bleek aan de hand van lopende meeuwen mogelijk eerder naar het oosten af te buigen. Ik verkende deze afsnijmogelijkheid, maar was ondertussen zo lang onderweg dat ik bang werd voor een vollopend Oosterom. Daarom begon ik in hoog tempo over de drooggevallen platen te lopen. Na vijf uur lopen bereikte ik de boei, ongeveer een uur na lw H. Dat is ongeveer veertig minuten na lokaal lw.

Het Oosterom was wel zichtbaar aan het vollopen, maar slechts ruim kniediep. Omdat ik op de heenweg veel modder in het Oosterom had gehad besloot ik tot een iets oostelijkere doorsteek, visueel ingegeven door de lonkende oever. Overstekend via het smalste deel van de geul liep ik over volledig harde bodem naar de overkant. Vanaf de oever boog ik af naar het NW om bij Blauwe Slenk te landen. Ik liep 5.37 op het wad en ook nog anderhalf uur om heen en weer naar de Wierschuur te lopen. De volgende morgen voelde ik mijn spieren en was ik licht ongerust voor onze tocht van zondag en maandag.


Tochten van Rodenburg en Verbree naar het Kamperzand

Terschelling - Kamperzand 22 juli 2012
Met veel moeite was Ben er in geslaagd al zijn patiŽnten voor maandag af te zeggen. We hadden enkele weken geleden onze tocht gepland op dinsdag en woensdag. Dit paarde gunstige waterstanden aan een aankomst in de schemering op Zhb. Het weerbericht was echter zodanig dat zondag en maandag de beste mogelijkheden bood. De astronomische laagwaters van -101 en -105 werden in het echt -125 en -126.

Na een zonnige warming up vanaf de Wierschuur hesen wij ons toch maar in het neopreen. We vertrokken om 15.30 en dat was 4.36 voor lw Harlingen. Visueel kon ik vaststellen dat er al minder water was dan bij mijn start op vrijdag jl. tijdens de verkenning.

Ik koos voor een andere route. We liepen eerst op langs de bordjes verboden toegang naar het OZO en daarna in een lijn op de Oosterom-passage af die ik vrijdags op mijn terugtocht ontdekt had. Onze rechte lijn werd verstoord door de door mij al bekende tweemaster die op de noordoever van het Oosterom was drooggevallen. Tientallen jongeren speelden in het middeldiepe water. Tot mijn verbazing liepen ze op blote voeten. Iets wat met de Japanse oester in de buurt sterk af valt te raden. De geul werd al snel borstdiep en de tegenwind (ZW 4 ŗ 5) spatte het water af en toe in onze gezichten.

Het was een rare gewaarwording dat onze rugzakken zoín drijfvermogen hadden dat onze schouderbanden los van onze schouders kwamen. Tot mijn teleurstelling werd het nog dieper. Uiteindelijk werd het kindiep. De nieuwe route had wel een harde bodem, maar bleek toch iets dieper te zijn dan de westelijke moddervariant. Op zoín vijftig meter van de boei werd het weer borstdiep en ontdekte ik een nieuwe loopstijl. Hangend in mijn rugzak als drijflichaam bewoog ik me als een soort nijlpaard over de wadbodem. Dat ging best wel snel. Ben met camera hoog geheven in linkerhand was gedwongen zich te beperken tot gewoon lopen met bijpeddelen met zijn rechterhand. Ondanks het zeer hoge water bereikten wij boei 52 in 1.06, twee minuten eerder dan tijdens mijn verkenning.

Het bleef lang dijbeendiep water en na 1.46 de nu bekende geul die nog bijna borstdiep was. De kleine voorsprong op het schema bleef gehandhaafd en na 2.46 bereikte wij de eerste droogvallende plaat. Nu was het iets droger dan tijdens de verkenning. Eindelijk even de rugzak af en goed eten en drinken. Naar aanleiding van de verkenning bogen we al snel af naar het oosten. Ben volgde de geplande route, ik week af naar zuidoost vanwege landende meeuwen. Die omweg rendeerde niet en ik liep tien minuten achterstand op ten opzichte van ons tijdschema. Het middendeel was duidelijk droger dan tijdens onze tocht vanaf Zwarte Haan eerder dit jaar.

Dit keer passeerden we de mosselbank vijftig meter westelijk. Door de lage waterstand konden wij in een rechte lijn op boei 12 aflopen. Na ruim 4.30 dus ongeveer op het tijdstip laagwater Harlingen begon het water vanuit de Blauwe Balg de plaat op te kruipen. Dat had ik niet verwacht. Tijdens ons verblijf hadden we de vloed vanuit het Borndiep zien opkomen. De geultjes liepen erg snel vol. Dieper dan kniediep hadden we het niet. Bovendien zijn deze geultjes erg makkelijk te omzeilen door een bochtje naar het oosten te maken. Na 4.55, dus 20 min na lw Harlingen passeerden wij boei 14. Vanuit de Blauwe Balg was het water opgekomen tot aan de boei. Ten oosten van de boei lag nog een zone van honderd meter droog met volop fouragerende scholeksters die zich niets van ons aantrokken. Met een veel hogere snelheid kwam het water vanuit het Borndiep opzetten. De westzijde van boei 14 is dus steil en het water wint daar maar langzaam terrein. Iets ten oosten van de boei is het wantij met een zeer langzaam aflopende zeebodem en dus zeer snel oprukkend water. Na 5.08 waren wij op Zhb aangekomen.

Kamperzand - Terschelling 23 juli 2012
Om 21.00 hadden wij ons geÔnstalleerd en konden we genieten van een prachtige zonsondergang ter hoogte van paal 28 Boschplaat. De volgende dag stonden wij om 4.15 op en vertrokken we om 4.45. Dat was 3.31 voor lw H. Eerder vertrekken kan zonder probleem, maar is niet echt nodig. In het donker liepen we even op de verkeerde boei af en met kleine vertraging passeerden wij na 36 minuten boei 14. De waterstand was kniediep, maar werd al snel na de boei kuitdiep. We liepen nu de oostelijke route om het enige geultje van enige betekenis op een ondiep deel te passeren. Na 1.02 bereikten we het draaipunt bij de zandbank en liepen wij droog.

Ondertussen was de zon opgekomen en waren we gehuld in een oranje gloed. We bleven zo lang mogelijk droog lopen, om na 1.27 af te buigen naar het zuiden en richting mosselbanken te lopen door slechts enkeldiep water. Al snel hadden we tien minuten voorsprong op het tijdschema. Na ruim twee uur lopen probeerde ik of ik door kon steken naar de volledig drooggevallen westoever van de Blauwe Balg. Dat bleek opnieuw niet mogelijk, dus verder door het kuitdiepe water. Al snel viel het ook voor ons droog en konden we het begin van het geulenstelsel van Blauwe Balg ontwaren. We staken drie geultjes door en constateerden dat een tachtig meter zuidelijke koers deze geulen volledig zou omzeilen. Dit was na 2.20 lopen.

De meeuwen toonden ons aan dat doorsteken pal naar het westen goed mogelijk was. Zo gezegd zo gedaan en na 2.50 bereikte we de route van de heenweg iets ten zuiden van de eerst droogvallende plaat. Nu wisten we dat het nog maar anderhalf uur lopen was. Er was erg veel drooggevallen en het vervolg was een ontspannen wandeling door een vriendelijk landschap. Na een goed uur bereikten we de boei. Dat was een half uur na lw H en het Oosterom was nog niet merkbaar aan het vollopen. Passeren kan tot 1.00 na lw H, maar dan wordt het wel snel hoger water.
Na 4.30 bereikten we de kust van Terschelling en na een kweldertochtje van veertig minuten arriveerden wij bij de Wierschuur waar onze auto stond. Vier minuten later zaten wij voor ons vakantiehuisje.

Omdat Ben nog nooit van Terschelling naar Friesland was gelopen en de omstandigheden erg gunstig waren ging hij na een goede warme maaltijd een dutje doen. Om 16.30 zette ik hem af bij de Wierschuur en een kleine zes uur later was hij veilig aan de overkant. We kunnen nu dus beide zeggen dat we alle twintig oversteken uit het Westelijk Waddengebied gemaakt hebben. Op naar het Oosten!

Kees Rodenburg

Bijlage bij [email protected] 2.1