Wadlooptocht Richel-Texel voor het eerst gelopen

Op 19 juli 2006 is voor het eerst in de geschiedenis de wadloopoversteek tussen Richel en Texel gemaakt. De tocht werd volbracht door Kees Wevers uit Utrecht. Richel is een droogblijvende zandplaat (een onbewoond eiland) ten oosten van de noordoostpunt van het eiland Vlieland. Wadlooptochten worden gemaakt over het zogenaamde wantij, de waterscheiding tussen het water dat uit de ter weerszijden van een eiland gelegen zeegaten het wad overstroomt. De meeste wantijen lopen vanaf de kust naar een eiland. De wantijen van Texel, Vlieland en Richel zijn echter niet met de kust verbonden, maar met elkaar. Dat betekent dat drie verschillende routes te lopen zijn.

Vlieland-Richel is een middelzware tocht van ongeveer 14 km en is naar schatting sinds de eerste oversteek in 1962 zo'n veertig à vijftig keer gelopen. Texel-Vlieland is ongeveer 29.1 km en is in deze richting inmiddels elf keer gelopen in één tij (eerste keer in 1972), en in omgekeerde richting (Vlieland-Texel) twee keer. Door de lengte moet al omstreeks hoogwater vertrokken worden en loopt de wadloper op het eerste deel van de tocht langdurig in een watervlakte met weinig aanknopingspunten voor de oriëntatie. Het traject Texel-Richel werd slechts één keer eerder gelopen, in april 1978 door Frans Visser en Kees Wevers, maar niet in één tij. Vlak voor het eind van de tocht, voor het Fransche Gaatje, werd in een rubberboot overvloed.

Richel - Texel
Het traject Richel-Texel is ook ongeveer 29 km. Een probleem bij de oversteek in deze richting is dat het gebied ten zuiden van Richel nogal laag is en door het noodzakelijke vroege vertrek daar dus veel water te verwachten is. Het plan voor deze tocht ontstond al in 2003 en werd in dat jaar in een uitgebreide verkenning al eens onderzocht. Het idee was dat hoewel de laagte in het begin van de tocht problematisch is, de verderop gelegen relatief hoge Waardgronden een verlies aan tijd zouden kunnen compenseren. In een rekenmodel met gedetailleerde gegevens van lodingskaarten en getijkrommen werd dit bevestigd voor een getij met een relatief laag hoogwater samen met een verlaging van 20 à 30 cm.

Voorbereiding
Dit jaar werden ter voorbereiding Vlieland-Richel (10 juni) en Texel-Vlieland (11 juni, met Eduard Verhoef, elfde oversteek) gelopen, terwijl op 18 juli tijdens de oversteek van Vlieland naar Richel (ook samen met Eduard Verhoef) het stuk ten zuiden van het Franse Gaatje minutieus verkend werd en een route werd gelegd over de hoogste stukken van het wantij, met diverse dichtbijeengelegen draaipunten en oostelijker dan de gebruikelijke route van Vlieland naar Richel. De volgende dag werd een poging ondernomen om Richel-Texel te lopen. Op voorhand was het allerminst zeker of het zou lukken, maar in ieder geval zou het een mooie en nuttige verkenning worden. De tocht werd gelopen met GPS (navigatie op basis van het Global Positioning System). Door het feit dat de geulen op het traject tegenwoordig niet meer bebakend worden is navigatie op kompas op dit traject erg lastig geworden. Bovendien vereiste de noodzakelijke zeer nauwkeurige navigatie op het eerste stuk van de route met de diverse draaipunten, gecombineerd met de krapte in tijd, het gebruik van GPS. Met een voorafgaand hoogwater in Harlingen van slechts +57 cm NAP (gemiddeld +95 cm) en een laagwater van -107 cm NAP (gemiddeld -95 cm), een nog redelijk stabiel hogedrukgebied en een naar verwachting oostelijke wind, waren de omstandigheden optimaal. Achteraf bleek dat de verlaging van de waterstand 15 à 20 cm bedroeg en de wind oost was met kracht 4 à 5.

Tochtverslag
Op 19 juli 2006 vertrokken Wevers en Verhoef om 05:23 van hun bivakplaats op Richel, aan de noord-westkant net buiten het verboden gebied. Om 5:31 werd de hoogwaterlijn van Richel gepasseerd, en om 05:34 kwam de zon te voorschijn en verscheen alras als een grote rode ovaal boven de horizon. In de eerste geul aan de zuidrand van Richel en ten noorden van het Fransche Gaatje stond 1 m water, in het Fransche Gaatje was het diepste punt 90 cm. Langdurig werd door diep water gewaad, variërend van 40 tot 80 cm en pas om 07:43 werd het beduidend ondieper bij de zogenaamde Staart van Schieringhals, op de eerste uitlopers van de Waardgronden. Eduard Verhoef liep hier vandaan terug naar Vlieland, en Kees Wevers zette de tocht alleen voort, hoewel het op dat moment uiterst twijfelachtig was of er nog genoeg tijd zou zijn voor de oversteek en het erop leek dat het gewoon een uitgebreide verkenning zou worden: de achterstand op het tijdschema bedroeg inmiddels 46 minuten. Echter, het idee over het voordeel van de Waardgronden bleek juist. Bij de Driesprong was de achterstand teruggelopen tot 25 minuten en leken de snelheid voldoende en de benen goed genoeg om verder op het schema in te lopen. Een goede hulp bij deze afweging waren de verwachte aankomsttijden die de GPS voor elk voorliggend draaipunt geeft. Verder speelde een rol de goede kennis van het terrein, mede door de recente oversteek Texel-Vlieland, waardoor een goede inschatting mogelijk was van wat nog te wachten stond. Zowel voor als na de Driesprong moest nog geruime tijd door water van zo'n 30 cm gelopen worden. Bij de Driesprong komen de routes vanaf Vlieland en Richel samen, en begint het middenstuk van de route van zo'n 3.5 km dat vanaf Texel of Vlieland moeilijk te verkennen is. De Breesem, een geul op zo'n 8.5 km van Texel, werd om 11:02, ruim voor de schematijd van 11:25 bereikt. De laatste 12 km, vanaf iets voorbij het Harlinger Gat, werden over droog wad gelopen. Gelukkig bracht de stevige oostenwind op dit laatste stuk de nodige verkoeling. Om 12:53, precies 7.5 uur na vertrek van de bivakplaats op Richel, stapte Wevers op Texel aan wal.

Uitdaging
Afgezien van de zwaarte van de oversteek op zich is de tocht met name in logistieke zin een uitdaging. De relatief lastige bereikbaarheid van Vlieland vanaf de vaste wal (drie boten per dag), en vervolgens de lastige bereikbaarheid van Richel en het wad ten zuiden van Richel vanaf Vlieland, maken dat de voorbereiding van deze tocht nogal wat tijd en inspanning vergt. Een mogelijkheid is natuurlijk van Vlieland met een bootje naar Richel te gaan en dan te verkennen of terug te lopen, of naar Richel te lopen en door een bootje opgehaald te worden, zoals Wevers op 10 juni deed, maar ook dit vergt de nodige organisatie. Bovendien is voor een verblijf op Richel stabiel weer een vereiste en kunnen oversteken in dit gebied alleen bij een gunstig getij (met bij voorkeur een verlaagde waterstand) en goede weersomstandigheden gemaakt worden.

Overigens is inmiddels gebleken dat wadlopen ook andere gevaren met zich meebrengt dan het opkomend water. Op de dag van de oversteek is 's middags omstreeks 15:45 een F-16 straal-jager is neergestort ten oosten van het Gasboeiengat, zo ongeveer bij de Driesprong en op de route, op een punt dat Wevers omstreeks 09:25 passeerde.

20 juli 2006

Kees Wevers
2e Korte Baanstraat 3 bis A
Utrecht
tel. 030 - 23 18 002 / 06 - 53 39 66 05
email: [email protected]

Bijlage bij [email protected] 2.1