2e Vlieland - Texel 23 april 1987

 

Lopend van Vlieland naar Texel, 23 april 1987

Lammert Kwant

In: Arenicola, 25 jaar wadlopen, 1993

Donderdag 23 april 1987 ben ik over het wad van Vlieland naar Texel gelopen.
Dit is in zoverre iets bijzonders, dat het de tweede keer was dat deze overtocht gemaakt werd en de eerste keer dat het door een wadloper alléén gebeurde. 'Vlieland-Texel' wordt over het algemeen beschouwd als de moeilijkste wadloopoversteek die je in Nederland kunt maken. Sinds 1978 heb ik, samen met anderen en alleen, op het wad tussen Vlieland en Texel circa 700 kilometer rondgezworven. Het werd dus ook wel eens tijd, zou je zeggen.

De route
Vlieland en Texel worden van elkaar gescheiden door het Eierlandse Gat dat ongeveer 4 km breed is. Om lopend van het ene naar het andere eiland te gaan moet echter een natte wandeling worden gemaakt van 29 km die ver de Waddenzee invoert. Je loopt daarbij als het ware om het Eierlandse Gat heen
(zie kaart).

Het Eierlandse Gat vertakt zich op het wad in een aantal geulen, die alle uiteindelijk doodlopen op het wantij. Dit wantij bestaat uit een serie relatief hoog gelegen zandbanken. afgewisseld met uitgestrekte laagtes, waar ook bij laagwater meestal enkele decimeters water blijft staan. Via dit wantij kan bij zéér gunstig tij en weer van Vlieland naar Texel worden gelopen (en omgekeerd).

De route leidt vanaf de Kroon's Polders op Vlieland in oostelijke richting naar de uitlopers van het Keteldiep. Na 5 km wordt de koers verlegd naar zuidoost, richting Driesprong (12 km). Dan wordt ZZW afgedraaid richting Foksdiep (17 km). Twee km verderop ligt de Binnen Breesem (19 km). Daarna volgen nog 10 km over hoge zandplaten. Texel wordt bereikt bij het natuurgebied De Schorren (29 km).

Lastige delen van het trajekt zijn:
- de eerste 6 kilometer van de route met daarin enkele geulen (uitlopers van het Keteldiep). Bij het noodzakelijke vroege vertrek van Vlieland staat dit trajekt nog diep onder water.
- het gebied tussen Driesprong en Foksdiep. Dit ligt laag en een groot deel van dit stuk staat tijdens de passage onder water. Het ligt zowel vanaf Vlieland als vanaf Texel zo ver weg dat het lopend vanaf de eilanden moeilijk kan worden verkend.
- het deel Binnen Breesem - Texel. Vanwege de duur en lengte van de tocht ontkom je er niet aan dat een deel van de route na laagwater moet worden gelopen als de vloed weer snel opkomt.

Bij goed zicht heb je onderweg oriëntatiesteun aan markante punten op Vlieland en Texel, bv. de vuurtorens. In het Inschot (een vaargeul richting Kornwerderzand) staat sinds 1985 een permanent platform voor de gaswinning, een handig oriëntatiepunt. Bij minder goed zicht heb je onderweg, vooral als het wad nog onder water staat, niet veel herkenningspunten. De belangrijkste zijn de vier bebakende vaargeulen die onderweg gepasseerd moeten worden. De bebakening was na de afgelopen strenge winter, op de Binnen Breesem na, echter nog niet weer op orde gebracht. Zelf zette ik tijdens verkenningen op enkele belangrijke punten een bamboestok neer om later (hopelijk zouden ze blijven staan) tijdens de oversteek enig houvast te hebben.

Tijdschema
Voor een 29 km lange wadlooptocht als Vlieland-Texel ben je 7 tot 7.5 uur onderweg. Een vroeg vertrek van Vlieland is noodzakelijk, circa 5.5 uur voor laagwater. Later vertrekken is niet gewenst in verband met de bij Texel weer opkomende vloed. Er moet dus al één uur na hoogwater van Vlieland worden vertrokken. Dat dit überhaupt mogelijk is komt onder andere omdat het getijverschil (verschil in meters tussen gemiddeld hoog- en gemiddeld laagwater) in de westelijke Waddenzee betrekkelijk klein is, gemiddeld over de route 1.65 m. Omdat er op de eerste km van de route vijf min of meer diepe geulen zijn, kan er alleen gelopen worden na een laag hoogwater. Dit komt voor bij doodtij en na enige dagen flinke oostenwind. Die wind moet echter als je gaat lopen weer zijn afgezwakt, omdat de golven op het eerste deel van de route anders zo hoog oplopen, dat je met de verlaging niet veel opschiet.
Volgens de getijtafel komen er met name in het voorjaar ideale getijden voor: lage hoogwaters, gevolgd door eveneens lage laagwaters. Omdat de kans op waterstandsverlagende oostenwind in het voorjaar het grootst is, worden wadlooptochten als Vlieland-Texel bij voorkeur in het voorjaar gepland.

Historie
Zoals gezegd was mijn tocht de tweede keer dat Vlieland-Texel werd gelopen. Ongeveer 10 jaar geleden hadden drie gidsen uit Pieterburen de primeur. Sedertdien werden enkele vergeefse pogingen ondernomen de tocht opnieuw te lopen. De oversteek in de andere richting van Texel naar Vlieland die als iets gemakkelijker wordt beschouwd, is vaker gelopen: tenminste vijf keer, zonder dat er onderweg ergens moest worden overvloed. Twee keer was ik daarbij van de partij.

Verkenningen
Voor je aan een dergelijke lange tocht kunt beginnen moet de route goed worden verkend. Natuurlijk zijn er zeekaarten van het gebied te koop, maar die geven lang niet alle bijzonderheden weer. Je moet bijvoorbeeld zekerheid hebben over waar precies de geulen liggen, hoe diep ze zijn, hoe laat op de verschillende plaatsen van de route de vloed opkomt, hoeveel water er staat als je één uur na hoogwater vertrekt, of er onderweg slikvelden liggen etc.
Ook moeten de verkenningen een 100 % betrouwbaar tijdschema opleveren, waarin staat hoe laat je op ieder punt van de route moet zijn om veilig te kunnen oversteken. Ik maakte het afgelopen jaar regelmatig verkenningen (de eerste op 1 januari vanaf Vlieland), om zo goed mogelijk thuis te blijven op het trajekt. In april werd alles nog eens grondig bekeken. Op 14 en 15 april verkende ik vanaf Texel. Op 15 april kwam ik 1 km voorbij het Foksdiep (13 km van Texel) en zette daar een stok neer als herkenningspunt. Op 18 en 19 april werd de route vanaf Vlieland verkend en bereikte ik de Driesprong. Ook hier werd een stok geplaatst (ca. 12 km van Vlieland). Op 4 km na was daarmee de hele route verkend. Het overblijvende stuk tussen Driesprong en Foksdiep kan, zoals gezegd, vrijwel niet vanaf de wal worden verkend.

Hoogwaterverkenning
Na enkele dagen slecht weer klaarde het op. Op donderdag 23 april leek ik een poging te kunnen wagen.
Twaalf uur voor de tocht maakte ik, nog wat onzeker over de eerste (diepe) kilometers van de route, een hoogwater-verkenning. Ik vertrok als bij Vlieland-Texel 5.5 uur voor laagwater en verkende wadend de eerste 4 km van de route. De resultaten waren hoopgevend. Er stond maximaal 1 meter water en volgens de getijtafel zou het water de volgende ochtend nog 1-2 dm lager staan. Met een dergelijke waterstand kon het geen probleem zijn het diepste punt van de route, een geul op 5 km van Vlielandte passeren.

De weersvooruitzichten bleven gunstig. Alleen ochtendmist kon roet in het eten gooien. Weliswaar was het doodtij: gunstig voor het eerste deel van de tocht (een laag hoogwater), maar in de laatste uren voor laagwater nadelig, omdat er dan veel water zou blijven staan op het wad. Door de hoge barometerstand was er waarschijnlijk enige verlaging. In ieder geval nam ik het nadeel van doodtij op de koop toe, liever dan eerst weer naar huis te gaan en dan te wachten op een werkelijk gunstig tij, met de kans op slecht weer of verplichtingen elders.

De tocht (der tochten)
Donderdag 23 april 6:30 uur, even na zonsopgang. Op pad, 5.5 uur voor laagwater in het Keteldiep, 6 uur voor laagwater in het Vaarwater naar De Cocksdorp. Het is zonnig en bijna onbewolkt. Er staat een zwakke ZO-wind. Dit is gunstig, voor de waterstand (misschien enige verlaging) en omdat er dan niet veel golfslag zal zijn op het eerste kilometers. Zoals voorspeld in de getijtafel is het voorbije hoogwater laag geweest. Het water is alweer iets gezakt.

6:40 uur. Het water in. In de eerste geul staat 80 centimeter water, 15 centimeter minder dan gisteravond. Het zicht is vrij goed, de oostpunt van Vlieland is te zien (8 km). Water zover je kunt kijken. Ik kan me met behulp van het kompas richten op wolkjes die vrijwel stil staan boven de horizon. Al wadend probeer ik een beetje economisch te lopen: door het onderbeen goed op te tillen ondervindt het zwaaibeen zo weinig mogelijk weerstand van het water. Op een zandbank staat nog maar 30 centimeter water.

7:20 uur. Bij het eerste herkenningspunt. Twee uitlopers van het Keteldiep volgen. De tweede, met enige spanning tegemoet gezien, is het diepste punt van de route. Het water reikt er net tot boven het middel. Stroming is er vrijwel niet. Als de bodem weer oploopt begin ik voor het eerst serieus te geloven dat een oversteek vandaag mogelijk is. Achter de geul ligt het eerste draaipunt. Op tijd! (volgens tijdschema). Koers nu zuidoost, richting Driesprong.

8:20 uur. De laatste uitloper van het Keteldiep, een meter diep. Jammer dat het heiïg is geworden, achter me is Vlieland uit het zicht verdwenen. Het is prachtig weer. Nu of nooit! denk ik nu en dan. Verder ben je met je gedachten vnl. bezig met de route, de navigatie en de vorderingen die worden gemaakt. Dankzij het surfpak heb ik geen last van het koude water (Noordzee-watertemperatuur 8º C).

8:55 uur. Acht kilometer afgelegd. Maar 10 centimeter diep. Oost van de route begint een zandbank droog te vallen. Dan weer dieper. Na een tijdje komen de boompjes (prikken) bij de Driesprong in zicht. Het duurt nog geruime tijd voor ik daar ben.

9:45 uur. De Driesprong, draaipunt. Vijf minuten voor op het tijdschema. Koerswijziging: nu naar ZZW. Water zo ver het zicht reikt. Nu begin ik de nadelen te ondervinden van doodtij: er blijft veel water op het wad staan. Het relatief onbekende deel van de tocht is begonnen: twee jaar geleden was ik hier voor het laatst. Ik bereken nog eens dat er ruim tijd is om op tijd bij het Foksdiep te zijn. Het is nog een half uur voor 'time of no return'. Als het eenmaal zover is, hoop ik de bamboestok te zien die ik op 15 april noordelijk van het Foksdiep heb neergezet. De waterstand valt tegen: 50 tot 60 cm. Het wordt nog dieper ook. Ik heb wat moeite om op koers te blijven, houd steeds te westelijk aan. Er zijn vrijwel geen richtpunten waar je een poosje op af kunt lopen.

10:20 uur. 'Time of no return' nadert. Geen stok in zicht, wel in de verte een droogte, waarschijnlijk de stroomscheiding tussen Driesprong en Foksdiep. Enkele veenbrokken liggen er bovenop.

10:30 uur. Nog een paar minuten verwijderd van 'time of no return'. Als ik nog naar Vlieland terug wil moet het nu gebeuren. Jammer dat het zicht zo slecht is dat het productieplatform in het Inschot niet te zien is om op te peilen, je zou dan behoorlijk nauwkeurig kunnen bepalen hoever het Foksdiep nog verwijderd is. Ik besluit verder te lopen: het is heel mooi weer en na passentelling blijk ik ongeveer 3.5 km per uur te lopen in het water, wat voldoende is. Bovendien zit er verderop in het trajekt nog enige ruimte in het tijdschema.

10:50 uur. Enkele meters droog, na vier uur waden. Voor me ligt de watervlakte van het Foksdiep. Vanaf hier zou ik de tijdens de verkenningen geplaatste stok moeten kunnen zien, deze bleek helaas verdwenen. Op dezelfde koers verder. Bij iedere kontrole van het kompas blijk ik te westelijk aan te houden Zandplaatje in zicht. Diepe geul er achter, snel stromend water... borstdiep... het wordt nog dieper. Hier klopt iets niet.
Terug naar het plaatje. Ik zoek wat onrustig door mijn verrekijker. Waar is de grote zandplaat zuid van het Foksdiep welke ik, dacht ik, niet zou kunnen missen? De stroming is west. Ik loop naar de oostkant van het plaatje, probeer het nog eens, slaag er in op een volgend zandplaatje te komen. Ik zie ergens een boompje/prik in het water staan Dit moet het Foksdiep zijn en ik zit waarschijnlijk westelijk van de route. Maar hoeveel? Omdat ik regelmatig op kompas gekeken heb, kan ik nooit erg ver uit de koers zijn. Ik moet snel een beslissing nemen wat te doen. Veel tijd kan ik hier niet verprutsen. Achter een volgende geul ligt een uitgestrekte zandplaat. Twijfel of dit de zandplaat is waar ik tijdens de verkenningen (tussen Foksdiep en Binnen Breesem) zo vaak overheen gelopen ben. Maar op grond van de vorm zou ik dan moeten concluderen dat ik oostelijk in plaats van westelijk van de route zit! Ik loop er heen. Kijk nog eens met de verrekijker rond en zie dan tot mijn opluchting op ongeveer een kilometer afstand de boompjes van de Binnen Breesem. Nu begrijp ik precies waar ik me bevind. Ik ben het Foksdiep gepasseerd en zit 600-700 meter westelijk van de route. Met een grote boog op de Binnen Breesem af, geen zorgen meer.

11:45 uur. De Binnen Breesem, 20 centimeter water en 5 minuten voor op het tijdschema. Zeer bekend terrein. Nog maar 10 km naar Texel. Ik gooi een halve liter drinkwater weg, scheelt een pond. Weer op pad. Voorlopig geen water meer waar doorheen moet worden gelopen (en als het een beetje mee zit helemaal niet meer). Hoog tempo nu, zo snel ik kan. Harde zandbodem, dus kun je goed opschieten. Het is warm in het surfpak, de luchttemperatuur is bijna 20º C en ik loop voor de wind en in de zon. Vuurrode brandende kop. Geen zin om nog weer te stoppen om kleren uit te trekken.

12:20 uur. Ongeveer laagwater. Oostelijk van een ondiepe watervlakte waarin ik verwacht had de vloed weer te zullen zien opkomen, nog geen vloed te zien!

12:45 uur. Vaarwater naar De Cocksdorp, bij de enige prik die er nog staat. Van een geul is hier al jaren geen sprake meer, het wad staat helemaal droog. Nog altijd vijf minuten voor op het tijdschema. Nog 4.5 km, Texel is nu vaag te zien. In lager tempo verder op een vaag zichtbare bomengroep af. De vloedlijn blijft ver weg, als altijd zie je het water naderen, over een breed front over de platen stromend. Maar vandaag komt het maar langzaam dichterbij, het is doodtij. Geen bijzonderheden meer, mooi wadpierenwad.

13:20 uur. Bij het oostelijkste bordje 'Verboden Toegang' van het natuurgebied de Schorren. Nog één kilometer naar de dijk. Gemakkelijk: langs de bordjes.

13:30 uur. Texel, de dijk zuid van de Schorren. Stijf van het lopen kleed ik me om achter de dijk en hoef voorlopig het wad even niet meer te zien.

Slot
De volgende dag, uiteraard met de veerboot, teruggekeerd naar Vlieland om de tent en andere spullen op te halen. Tevreden dat het eindelijk gelukt is. Ik kan me nu volgend voorjaar met een andere lange wadlooptocht gaan bezighouden.
Met dank aan Friedeke, Marjon, Marjan, Martin en Jaap voor uiteenlopende vriendendiensten.
 

Bijlage bij [email protected] 2.1