[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Wadloopvergunningen

22. Gedragscode

Deze versie van de Gedragscode voor Wadlooptochten is toegezonden aan de vergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 - 1 maart 2020.
Er zijn geen wijzigingen t.o.v. de versie van april 2014.


Terug naar inhoudsopgave

Gedragscodes:

  1. voor wadlooptochten en zwerftochten en natuureducatieve tochten ten aanzien van veiligheid
  2. uit het Beheerplan Natura 2000 ten aanzien van natuur
  1. Bij het organiseren en uitvoeren van wadlooptochten en zwerftochten heeft het veiligheidsaspect prioriteit. (a)
  2. De gids zorgt er voor dat de groep bij elkaar blijft. Uitzwermen over kwelder of wad wordt voorkomen. (a en b)
  3. Het meenemen van honden is niet toegestaan. (a en b)
  4. Geluidsapparatuur, anders dan voor communicatiedoeleinden en de veiligheid betreffende, wordt niet toegestaan. (a en b)
  5. De gids ziet er op toe dat er geen afval/zwerfvuil zoals etensresten, papier e.d. wordt achtergelaten in het gebied. (a en b)
  6. Er worden geen planten of delen van planten geplukt, gesneden of uitgestoken. (b)
  7. In de broedperiode (1 april - 15 juli) worden broedkolonies op de kwelders gemeden en van solitair broedende vogels worden geen nesten verstoord en/of vertrapt of eieren meegenomen. (a en b)
  8. In de periode 15 april - 15 juli mag de eilandkwelder op Schiermonnikoog niet worden betreden. (b)
  9. Verstoring van groepen vogels moet worden voorkomen, dit geldt zowel op de fourageerplaatsen, de slaapplaatsen en de hoogwatervluchtplaatsen. (a en b)
  10. Tot zeehondenligplaatsen wordt een afstand van minimaal 1500 meter in acht genomen. (a en b)
  11. Een zwerftocht wordt alleen gelopen bij laagwater. Daarbij geldt dat uitgaande van een tocht van ca. 3 uur er gelopen wordt vanaf 2.5 uur voor lokaal het laagste punt bereikt is tot 2 uur hierna. (a)
  12. Mosselbanken dienen, daar waar wadlooptechnisch mogelijk, te worden gemeden. (b)
  13. Vertrek- en aanlandinglocaties zijn in overeenstemming bepaald met de terreinbeheerder en over gewenste veranderingen van deze locaties zal overleg plaatsvinden tussen wadlooporganisaties en terreinbeheerders, met als doel beperking van verstoringen op de natuurwaarden, met name vogels. (b)
  14. Voor de vertrektijden van de wadlooptochten is het Vertrektijdenschema (zoals bij de vergunningsvoorwaarden) van toepassing. (a)
  15. Verstoring in de vastelandskwelders dient tot een uiterste te worden beperkt door:
    a. waar mogelijk gebruik te maken van werkpaden van Rijkswaterstaat
    b. de begroeide kwelder alleen te doorkruisen via een lijn loodrecht op de dijk om zo snel mogelijk het meest verstoringsgevoelige gebied door te komen. (a en b)
  16. Voor het houden van natuureducatieve tochten zijn ontheffinggebieden aangewezen. (b)

Bladeren door de vergunningen