[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid Wadloopvergunningen 20. Voorschriften voor B-vergunninghouders (update 31 okt. 2017)

Wadloopvergunningen

20. Voorschriften voor B-vergunninghouders (update 31 okt. 2017)

Deze versie van de Voorschriften bij de Wadloop B-vergunning is toegezonden aan de B-vergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.
 
Voorschriften B-vergunning voor individuele wadlopers die deelnemers mogen meenemen Terug naar inhoudsopgave

  1. De vergunning is geldig voor het organiseren en lopen van wadlooptochten voor de routes zoals aangegeven bij dit besluit.

  2. Toegestaan resp. niet toegestaan:
    1. Het is de vergunninghouder toegestaan een groep van maximaal 12 personen onder eigen verantwoordelijkheid over het wad te leiden.
    2. Het is de vergunninghouder NIET toegestaan zich met een groep aan te sluiten bij een tocht die gehouden wordt onder de verantwoordelijkheid van een A-vergunninghouder.
    3. Het is de vergunninghouder evenmin toegestaan zich met een groep aan te sluiten bij een tocht die geleid wordt door een andere B-vergunninghouder.
    4. De vergunninghouder (de gids) instrueert een deelnemer hoe te handelen bij een calamiteit als er iets met hem/haar gebeurt.
  3. Het is de vergunninghouder toegestaan individueel de routes te verkennen zonder medeneming van deelnemers.

  4. Gidsen in opleiding mogen zich bij een tocht aansluiten mits als zodanig bekend bij Gedeputeerde Staten en worden voor de berekening van de groepsgrootte niet meegeteld. Deze mogen ook niet als gids worden ingezet.

  5. De deelnemers aan een wadlooptocht moeten door de vergunninghouder geruime tijd voor de tocht over de risico's van het wadlopen worden ingelicht.

  6. De vergunninghouder heeft een zorgplicht ten aanzien van de deelnemers. Hij dient er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien dat deelnemers tijdens een wadlooptocht onder geen beding op eigen kracht, zonder begeleiding, teruglopen naar de vaste wal.

  7. De vergunninghouder dient rekening te houden met de (on)ervarenheid van de deelnemers bij het kiezen van de te volgen route. Met name tochten in het westelijk wad hebben een hoge moeilijkheidsgraad.

  8. De vergunninghouder dient mee te voeren:
    • een goed werkend vloeistof of digitaal kompas. Per groep moeten minimaal twee kompassen worden meegenomen
    • een reddingslijn (van plusminus 25 meter)
    • een reddingsdeken
    • het meevoeren van een draagbaar is verplicht 2)
    • een duidelijk hoorbare fluit
    • een EHBO-verbanddoos (inhoud zie Basiskennis EHBO)
    • een peilstok
    • een goed werkend horloge
    • de verstrekte legitimatiekaart, voorzien van een goed gelijkende pasfoto
    • minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep
    • een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd
    • een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt (zo mogelijk een namenlijst met telefoonnummers van personen die bij een evt. calamiteit moeten worden gewaarschuwd)
    • een door het Agentschap Telecom goedgekeurde portofoon 1) en een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht
    • de portofoon dient voorzien te zijn van automatische zender identificatie (ATIS) en dient geprogrammeerd te zijn met de op de vergunning vermelde radioroepnaam (ATIS-code)
    • voldoende proviand voor de tocht
    • een bijgewerkte routekaart waarop de positie van de groep permanent kan worden afgelezen
    • een uitgewerkt tijdschema.

    Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende.

  9. De vergunninghouder dient een basiskennis te hebben van EHBO.

  10. De vergunninghouder dient kennis te hebben van de actuele weersverwachting.
    Een wadlooptocht mag niet worden gehouden indien te verwachten is dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat de veiligheid van de deelnemers in gevaar kan komen.
    Daarbij geldt dat geen tocht mag worden gehouden indien:
    • bij de start de Lifted-Index negatief is en het KNMI geldig voor de Waddenzee een weeralarm afgeeft met de code geel voor de plek waar gelopen gaat worden 2) ;
    • aangenomen moet worden dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater zal plaatsvinden. Deze voorwaarde geldt niet voor de tochten die noodzakelijkerwijs een tijdstip van aankomst meebrengen dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater (tochten naar Schiermonnikoog) *) ;
    • daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm);
    • bij aanvang van een tocht bedoeld onder 2. het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek;
    • bij aanvang van een solotocht het zicht minder is dan 100 meter op het punt van vertrek.

1) Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor 'bijzonder gebruik' van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontacten (tel. 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie).

*) Als bijlage is toegevoegd een tabel met voor de verschillende wadlooptochten de uiterste vertrektijden vanaf de dijk en de uiterste vertrektijden waarop de vaargeul moet zijn gepasseerd ten opzichte van lokaal laag water.

*) Tevens als bijlage gedragscodes in het kader van ‘Natuur’ en een aantal gedragscodes in het kader van ‘Veiligheid’.

*) En als bijlage een lijst met alarmnummers in geval van calamiteiten.


2) De Wadloopadviescommissie heeft Gedeputeerde Staten van Fryslân
- geadviseerd voor de volledigheid in art. 10 lid a ook op te nemen: 'code oranje en code rood'
- er op gewezen dat in art. 8 aandachtspunt 4 het meenemen van een draagbaar voor de B-vergunninghouder wordt aanbevolen en niet verplicht. Vermoedelijk is de verplichting een draagbaar mee te nemen per ongeluk in de voorschriften opgenomen.

Volgens de provincie Fryslân is het juridisch erg lastig dit op korte termijn in de vergunningvoorwaarden te veranderen. Wel is afgesproken met de Dienst Landelijk Gebied van de provincie dat er op het meenemen van een draagbaar niet gecontroleerd zal worden bij de B-vergunninghouders en evenmin gehandhaaft.

Lammert Kwant


Bladeren door de vergunningen