[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid Wadloopvergunningen 19. Voorschriften voor A-vergunninghouders (update 31 okt. 2017)

Wadloopvergunningen

19. Voorschriften voor A-vergunninghouders (update 31 okt. 2017)

Deze versie van de Voorschriften bij de Wadloop A-vergunning is toegezonden aan de A-vergunninghouders (8 wadlooporganisaties) voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.
 
Voorschriften A-vergunning voor wadlooporganisaties Terug naar inhoudsopgave

Ten behoeve van de veiligheid verbinden wij aan deze vergunning de volgende voorschriften:

  1. De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de tochten worden geleid door gidsen die over voldoende theoretische en praktische kennis beschikken. Iedere groep dient te worden begeleid door 1 gids per 25 deelnemers, met een minimum van 2 gidsen per groep.
    Minimaal één gids dient over de kennis en ervaring te beschikken om geheel zelfstandig en individueel een wadlooptocht met onervaren deelnemers te kunnen voorbereiden en uit te voeren.
    Voor de berekening van de groepsgrootte worden de gidsen en de persoon die meer dan 1 jaar in opleiding zijn tot gids, niet meegerekend.

  2. De gidsen die een opleiding volledig hebben gevolgd worden schriftelijk gemachtigd. De vergunninghouder zorgt dat een overzicht van de te machtigen personen (hoofdgids en gids) wordt toegezonden naar de provincie Fryslân ten behoeve van het afgeven van legitimatiekaarten. Op dit overzicht wordt aangegeven welke gidsen nog in opleiding zijn. Gidsen in opleiding krijgen geen legitimatiekaart !

  3. De gidsen mogen in een interne opleiding de benodigde kennis en ervaring opdoen, mits deze opleiding wordt goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. De A-organisatie verklaart de door Gedeputeerde Staten in dit kader opgestelde zogenaamde 'Eindtermen voor Wadloopgids' integraal in de opleidingen op te nemen. Een dergelijke opleiding dient ook te worden opengesteld voor gidsen die niet als gemachtigde aan een A-organisatie zijn verbonden.

  4. Het aantal deelnemers aan een wadlooptocht bedraagt ten hoogste 70 personen, behalve op tochten naar Schiermonnikoog en op zwerftochten waar het aantal deelnemers ten hoogste 50 personen bedraagt.
    Het is NIET toegestaan dat een B-vergunninghouder zich met een groep aansluit bij een tocht die wordt gehouden onder de verantwoordelijkheid van de A-vergunninghouder.
    De vergunninghouder dient rekening te houden met de (on)ervarenheid van de deelnemers bij het kiezen van de te volgen route en het vaststellen van de groepsgrootte.
    Voor de berekening van de groepsgrootte worden de gidsen in opleiding niet meegerekend en mogen ook niet als zodanig als gids ingezet worden.

  5. Per laagwaterperiode mogen niet meer dan 2 tochten per route worden georganiseerd.
    PM> Enkele vergunninghouders mogen bij de Zwerftochten 3 tochten per route per laagwaterperiode organiseren (LK)

  6. De vergunninghouder heeft een zorgplicht ten aanzien van de deelnemers. Hij dient er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien dat deelnemers tijdens een wadlooptocht onder geen beding op eigen kracht, zonder begeleiding, teruglopen naar de vaste wal.

  7. De vergunninghouder wordt gerekend tot een (resp. kleine, middelgrote of grote) A-organisatie. Dit houdt in dat gedurende de looptijd van deze vergunning per jaar maximaal (resp. afhankelijk van de organisatie 1000, 5000, 10.000, 15.000, 17.500) deelnemers op de wadlooptochten mogen worden meegenomen. Ook de tochten die per jaar onder een B-vergunning worden gelopen door de door de A-organisatie gemachtigde gidsen worden tot dit quotum gerekend.

  8. De deelnemers aan een wadlooptocht moeten door de vergunninghouder geruime tijd voor de tocht over de risico's van het wadlopen worden ingelicht.

  9. Per gids dient meegevoerd te worden: (zie ook Eindtermen)
    De vergunninghouder dient mee te voeren
    • een goed werkend vloeistof of digitaal kompas. Per groep moeten minimaal twee kompassen worden meegenomen.
    • een reddingslijn (van plusminus 25 meter)
    • een reddingsdeken
    • het meevoeren van een draagbaar is verplicht
    • een duidelijk hoorbare fluit
    • een EHBO-verbanddoos (inhoud zie Basiskennis EHBO)
    • een peilstok
    • een goed werkend horloge
    • de verstrekte legitimatiekaart, voorzien van goed gelijkende pasfoto
    • minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep
    • een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd
    • een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt (zo mogelijk een namenlijst met telefoonnummers van personen die bij een evt. calamiteit moeten worden gewaarschuwd)
    • een door het Agentschap Telecom goedgekeurde portofoon 1) en een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht
    • de portofoon dient voorzien te zijn van automatische zender identificatie (ATIS) en dient geprogrammeerd te zijn met de op de vergunning vermelde radioroepnaam (ATIS-code)
    • voldoende proviand voor de tocht.

  10. Per tocht dient tevens meegevoerd te worden:
    • een bijgewerkte routekaart waarop de positie van de groep permanent kan worden afgelezen
    • een uitgewerkt tijdschema (Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is ook voldoende).
    N.B. Wanneer de organisatie twee tochten organiseert op één route binnen dezelfde laagwaterperiode dan kan worden volstaan met één maritieme portofoon voor beide tochten, mits er een goede draadloze verbinding is tussen beide tochten.

    Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is ook voldoende.

  11. De gids dient kennis te hebben van de actuele weersverwachting.
    Een wadlooptocht mag niet worden gehouden, indien te verwachten is dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat de veiligheid van de deelnemers in gevaar kan komen.
    Daarbij geldt dat er geen tocht mag worden gehouden indien:
    • bij de start de Lifted-Index negatief is en het KNMI geldig voor de Waddenzee een weeralarm afgeeft met de code geel voor de plek waar gelopen gaat worden;
    • aangenomen moet worden dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater zal plaatsvinden. Deze voorwaarde geldt niet voor de tochten die noodzakelijkerwijs een tijdstip van aankomst meebrengen dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater (tochten naar Schiermonnikoog) 2) ;
    • daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm);
    • bij aanvang van een tocht bedoeld onder 4. het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek;
    • bij aanvang van een verkenningstocht van gemachtigden van een wadlooporganisatie het zicht minder is dan 100 meter op het punt van vertrek.


    1) Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor 'bijzonder gebruik' van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontacten (tel. 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie).

    2) Als bijlage is toegevoegd een tabel met voor de verschillende wadlooptochten de uiterste vertrektijden vanaf de dijk en de uiterste vertrektijden waarop de vaargeul moet zijn gepasseerd ten opzichte van lokaal laagwater.

    Tevens als bijlage gedragscodes in het kader van ‘Natuur’ en een aantal gedragscodes in het kader van ‘Veiligheid’.

    En als bijlage een lijst met alarmnummers in geval van calamiteiten.


    Bladeren door de vergunningen