[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid Convenant Wadlopen 3. TEKST CONVENANT

Convenant Wadlopen

3. TEKST CONVENANT


Terug naar inhoudsopgave

Ondergetekende
  • De provincie Groningen, te deze vertegenwoordigd door gedeputeerde; dhr. D.A. Hollenga, daartoe gemachtigd door de Commissaris van de Koningin, de heer M.J. van den Berg, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van gedeputeerde staten d.d. 15 april 2008.
  • De provincie Noord-Holland, te deze vertegenwoordigd door gedeputeerde; mw. R. Kruisinga, daartoe gemachtigd door de Commissaris van de Koningin, de heer H.C.J.L. Borghouts, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van gedeputeerde staten d.d. 15 april 2008.
  • De provincie Fryslân, te deze vertegenwoordigd door gedeputeerde; mw. C. Schokker-Strampel, daartoe gemachtigd door de Commissaris van de Koningin, de heer E.H.T.M. Nijpels, handelend ter uitvoering van het besluit van het college van gedeputeerde staten d.d. 1 april 2008.

en

  • Vereniging De Fryske Waedrinners, te deze vertegenwoordigd door dhr. S. de Graaf,
  • Groninger Wadloop Vereniging Arenicola, te deze vertegenwoordigd door mw. A. Scheepstra,
  • Stichting Uithuizer Wad, te deze vertegenwoordigd door dhr. R. Bos,
  • Vereniging Wadloopcentrum Fryslân, te deze vertegenwoordigd door dhr. D. Bouwmans,
  • Stichting Wadloopcentrum Pieterburen, te deze vertegenwoordigd door dhr. M. de Waard,
  • Dijkstra's Wadlooptochten, te deze vertegenwoordigd door dhr. J. Smit,
  • Vereniging Wadgidsengroep Noord Nederland, te deze vertegenwoordigd door dhr. L. Kwant,

komen het volgende overeen:

Afstemming

1. De provincies Groningen, Noord-Holland en Fryslân dragen zorg voor een goede onderlinge afstemming met betrekking tot de vergunningverlening op grond van de Wadloopverordening 1996.

2. Terwille van een goede afstemming tussen de provincies, de Wadloopadviescommissie en de wadloopsector inzake de in dit convenant vastgelegde afspraken over quotering en/of zonering en andere de uitvoering van de wadloopverordening rakende aangelegenheden, zal in elk geval eenmaal per jaar overleg plaatsvinden tussen genoemde partijen.

Noodzaak tot quotering en/of zonering

3. De regelgeving met betrekking tot het wadlopen heeft tot doel:

a. de veiligheid van het wadlopen te optimaliseren;
b. de aantrekkelijkheid van het wadlopen te behouden;
c. de natuur- en landschappelijke waarden van het wad in relatie tot de (te grote) massaliteit van het wadlopen te beschermen.

4. Om deze doelstellingen te bereiken vinden zowel de provincies als de wadlooporganisaties het noodzakelijk, dat een plafond wordt gesteld aan het totaal aantal deelnemers dat jaarlijks aan wadlooptochten deelneemt.

Hiertoe zijn de bij het convenant betrokken partijen een quotering en/of zonering overeengekomen met betrekking tot het aantal maximaal te organiseren wadlooptochten en het maximale aantal deelnemers dat aan elke tocht kan deelnemen. Deze quotering en zonering zijn opgenomen in de bij dit convenant behorende bijlage A1, bijlage A2, B en C.

5. Onder de in het convenant genoemde wadlooptochten wordt verstaan het zich te voet op het wad begeven met als doel het gebied te doorkruisen en een oversteek naar een eiland te maken. Onder de in het convenant genoemde zwerftochten wordt verstaan het zich te voet op het wad of kwelder begeven zonder dat daarbij sprake is van een oversteek naar een eiland.

Omdat genoemde wadlooptochten en zwerftochten vaak veel deelnemers hebben en door voor verstoring gevoelige gebieden gaan, is voor de deelnemers een gedragscode opgesteld. Deze is opgenomen in bijlage D.
De gidsen die de wadlooptochten of zwerftochten begeleiden zullen zich inzetten voor de naleving van deze gedragscode.

Aantal en omvang van de wadlooporganisaties

6. Er zijn zeven wadlooporganisaties met rechtspersoonlijkheid, de zogenoemde A-organisaties. De omvang van deze A-organisaties vertoont een grote diversiteit en speelt een rol bij de quotering.
Er zijn drie kleine, één middelgrote en drie grote organisaties. Deze indeling is gebaseerd op het totaal aantal deelnemers per jaar dat bij een organisatie aan een wadlooptocht deelneemt.

Tot de kleine A-organisaties worden gerekend:

  • Vereniging De Fryske Waedrinners;
  • Groninger Wadloopvereniging Arenicola;
  • Stichting Het Uithuizer Wad.

De middelgrote A-organisatie is:

  • Vereniging Wadgidsengroep Noord Nederland.

Tot de grote A-organisaties worden gerekend:

  • Vereniging Wadloopcentrum Fryslân;
  • Stichting Wadloopcentrum Pieterburen;
  • Dijkstra's Wadlooptochten.
7. De kleine A-organisaties spreken uit, dat zij hun wadloopactiviteiten niet zullen intensiveren in die zin dat het maximaal aantal deelnemers aan wadlooptochten per kleine A-organisatie per jaar daarbij niet meer dan 1000 zal bedragen.

8. De middelgrote A-organisatie spreekt uit, dat zij haar wadloopactiviteiten niet zal intensiveren in die zin dat het maximaal aantal deelnemers aan wadlooptochten per jaar daarbij niet meer dan 5000 zal bedragen.

9. De grote A-organisaties spreken uit, dat zij hun wadloopactiviteiten niet zullen intensiveren in die zin dat het maximale aantal deelnemers aan wadlooptochten per organisatie per jaar niet meer zal bedragen dan hierna wordt aangegeven: Stichting Wadloopcentrum Pieterburen 17.500, Dijkstra's Wadlooptochten 15.000 en Vereniging Wadloopcentrum Fryslân 10.000.

10. De wadlooporganisaties spreken uit dat de in bijlage A1 en A2 genoemde maximale (indicatieve) aantallen per route niet overschreden zullen worden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen drukke en niet drukke dagen. Drukke dagen zijn zaterdagen en zondagen in de periodes van 1 juni tot en met 15 juli en van 15 augustus tot en met 30 september en bovendien wanneer het laag water te Harlingen tussen 08.00 uur en 18.00 uur valt. Niet drukke dagen zijn die dagen die niet voldoen aan vermelde definitie voor drukke dagen. Bijlage A1 heeft betrekking op de niet drukke dagen. Bijlage A2 heeft betrekking op de drukke dagen.

11. Alle A-organisaties spreken af, dat indien de door hen gemachtigden tevens beschikken over een B-vergunning, de eventueel onder de B-vergunning gelopen tochten meetellen voor het quotum dat de betreffende organisatie heeft.

12. Gelet op de noodzaak van het hanteren van een plafond met betrekking tot het totaal aantal deelnemers aan wadlooptochten, zullen de provincies geen nieuwe A-vergunningen verlenen aan andere dan in het convenant genoemde wadlooporganisaties.

Zwerftochten

13. Voor zogeheten zwerftochten dan wel tochten qua karakter als zodanig kunnen worden aangemerkt, wordt een zonering gehanteerd. Deze zonering is opgenomen in de bij dit convenant behorende bijlage B.

Criteria wadloopgidsen

14. Op grond van de wadloopverordeningen kunnen de Colleges van Gedeputeerde Staten van Fryslân, Groningen en Noord-Holland eisen stellen aan de ervaring en vaardigheden waaraan wadloopgidsen moeten voldoen.

15. Dijkstra's Wadlooptochten, St. Wadloopcentrum Pieterburen, Vereniging Wadloopcentrum Fryslân, Vereniging Wadgidsengroep Noord Nederland, Groninger Wadloopvereniging Arenicola, stellen hun opleiding in beginsel ook open voor mensen die niet aangesloten zijn bij hun organisaties. Aldus kan voor dergelijke lopers een toetsing met betrekking tot ervaring en vaardigheden plaatsvinden. Bij voldoende gebleken vaardigheden kan een niet bij een A-organisaties aangesloten loper vergunning krijgen voor de route waarop de toetsing heeft plaatsgevonden.

16. De A-organisaties zullen de door de Wadloopadviescommissie opgestelde zogenaamde 'eindtermen voor wadloopgids' integraal in de opleidingen opnemen. Bij de uiteindelijke opstelling van deze 'eindtermen' is nauw overleg gevoerd met de hoofden opleidingen van de A-organisaties. De A-organisaties zullen meewerken aan verzoeken van de Wadloopadviescommissie om de ervaring en vaardigheden van individuele aspirant-vergunninghouders (degene die voor de eerste maal een vergunning aanvraagt) in de praktijk te kunnen toetsen.

Slotbepalingen

17. Geen van de ondertekenaars van dit convenant zal afwijken van de in dit convenant en de daarbij behorende bijlagen vastgelegde afspraken zonder voorafgaand overleg te voeren met alle betrokken partijen, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

18. Dit convenant wordt aangegaan voor een periode van vijf jaar (tot 1 maart 2013), Het convenant zal vervolgens stilzwijgend worden verlengd met 5 jaar.

19. Dit convenant treedt op 1 maart 2008 in werking.

Bladeren door convenant