[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Convenant Wadlopen

2. INLEIDING


Terug naar inhoudsopgave

De provincies Groningen en Fryslân hebben in 1981 beide een gelijkluidende 'Verordening ter beveiliging van het wadlopen' vastgesteld. Het doel van de verordening was, zoals de naam al aangeeft, regels te stellen ten behoeve van de veiligheid van het wadlopen. Zowel de wadlooporganisaties als individuele lopers zijn sindsdien verplicht een wadloopvergunning aan te vragen.

Overigens zijn al in 1972 door de toenmalige wadlooporganisaties afspraken gemaakt over de verdeling en beperking van groepen en aantallen wadlopers (het zgn. 'Traktaat van Oostmahorn'). De redenen voor een dergelijke overeenkomst waren vooral gelegen in de veiligheid, het behoud van de aantrekkelijkheid van het wadlopen en de bescherming van het wad in relatie tot het massale wadlopen.

Het wadlopen ontwikkelde zich na 1983 verder, zowel in omvang als in diversiteit. Niet alle ontwikkelingen rond het wadlopen vielen binnen de regelgeving van de Wadloopverordening 1983.
Daarnaast waren systematiek en begripsbepalingen van de verordening zodanig, dat uitvoering en handhaving van de verordening erg moeilijk, zo niet onmogelijk, was.

Begin 1993 is door de Stuurgroep Waddenprovincies de herziening van de Wadloopverordening ter hand genomen. Een voorontwerptekst werd in het najaar van 1993 aan het Regionaal Coördinatiecollege Waddengebied, de Wadloopadviescommissie, de Waddenadviesraad en de wadlooporganisaties ter commentaar voorgelegd. Na overleg met betrokkenen hebben de Colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland in december 1995 een nieuwe wadloopverordening voor het Waddengebied vastgesteld.

Uitgangspunt voor de nieuwe regelgeving was dat deze primair gericht moest zijn op de veiligheid van de deelnemers, maar ook in relatie moest staan tot de te beschermen natuurwaarden in het Waddengebied.

Provincies en wadloopsector constateerden in 1995, dat een verdere groei van het wadlopen ongewenst zou zijn en dat het daarom noodzakelijk is met elkaar afspraken te maken over beperkingen van het aantal tochten, het aantal deelnemers aan wadlooptochten en dergelijke.

De bestaande verscheidenheid aan tochten, variërend van individuele tochten tot het groepsgewijs lopen en daarbij de keuze uit verschillende routes over het wad, zijn daarbij gehandhaafd gebleven.

In 1995 werd niet alleen overeenstemming bereikt over de uitgangspunten van de nieuwe regelgeving, maar ook over de daarop gebaseerde quotering dan wel zonering met betrekking tot te houden wadlooptochten, vertrek- en aankomstplaatsen en het aantal deelnemers per tocht.

Op 1 maart 1996 werden de afspraken vastgelegd in het eerste Convenant Wadlopen voor een periode van drie jaar. Op 1 maart 1999 zijn de afspraken met drie jaar verlengd. In 2001 is er door de partijen voor gekozen de verdeling van de tochten in 2002 nader te beschouwen. Het convenant is daarom met één jaar verlengd. Vervolgens is het Convenant op 1 maart 2003 tot 1 maart 2008 verlengd. Begin 2008 is in opdracht van de provincie Fryslân, namens de Waddenprovincies, door KPMG het Convenant Wadlopen geëvalueerd. Op basis hiervan hebben de wadlooporganisaties en de waddenprovincies besloten het Convenant Wadlopen te actualiseren en te verlengen.


NB. In 2010 bleek de kracht van het Convenant Wadlopen niet groot te zijn. Een nieuwe (8e) wadlooporganisatie vroeg een wadloopvergunning aan. De provincie Friesland legde hen geen strobreed in de weg, daarin gesteund door bestuursrechter en de bezwaarschriftencommissie.

Daarmee hebben de drie waddenprovincies zich teruggetrokken uit het Convenant Wadlopen. In 2013 hebben de 8 wadlooporganisaties afgesproken te blijven handelen 'in de geest van het convenant', maar niet voor een nieuwe periode het Convenant Wadlopen te ondertekenen.


Bladeren door convenant