[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid   6. Toelichting bij art. 6, art. 7 en art. 8

Wadloopverordening 1996

  6. Toelichting bij art. 6, art. 7 en art. 8

Terug naar inhoudsopgave

 
Toelichting bij art. 6

Zoals ook aangegeven bij de toelichting art. 1 worden excursies vanaf de eilanden met een natuureducatieve doelstelling wel als wadlooptochten beschouwd. Wanneer deze excursies echter beperkt blijven tot specifiek hiervoor aangewezen gebieden en er geen geulen worden gepasseerd zijn er vanuit veiligheidsoverwegingen minder strenge eisen noodzakelijk dan voor oversteken en zwerftochten. Voor het organiseren van dergelijke excursies kan GS daarom ontheffing verlenen, waarbij in de ontheffing wel een aantal voorwaarden worden opgenomen met betrekking tot de veiligheid en de bescherming van natuurwaaarden.

Terug naar wadloopverordening art. 6


 
Toelichting bij art. 7

Waar het gaat om lid 2, aanhef en sub a, wijzen wij er op dat er wadlooporganisaties (kunnen) zijn die geen vereniging of stichting zijn qua rechtsvorm, maar bijvoorbeeld een eenmansbedrijf. Zij beschikken dus niet over statuten. In zo'n geval moeten uittreksels uit het Handelsregister, of een ondernemingsplan kunnen volstaan.
De vergunningverlening vindt plaats per seizoen. In het voorjaar zal de wadloopadviescommissie gevraagd worden om haar advies over de aanvragen uit te brengen. Voor een goede stroomlijning en coördinatie van de vergunningverlening wordt daarom een termijn gesteld waarvoor de aanvraag ingediend moet zijn.

Terug naar wadloopverordening art. 7


 
Toelichting bij art. 8

In verband met het bepaalde in artikel 2 lid 2 van de verordening is dit lid aangevuld met de regeling dat de leden van de commissie tevens moeten komen uit de kring van personen die geacht kunnen worden deskundig te zijn op het gebied van de bescherming van landschappelijke, natuurwetenschappelijke waarden. Hierbij gaan we er van uit dat verschillende deskundigheden soms in één persoon verenigd kunnen zijn zodat de meerderheid van de commissie specifieke wadloopdeskundigheid heeft.
Wij streven naar een zodanige samenstelling van de commissie dat er geen sprake is van vertegenwoordiging per (wadloop)organisatie, maar veel meer van een geografische spreiding c.q. actuele, praktische deskundigheid per deel van het waddengebied.
Tot de werkzaamheden van de commissie behoort onder meer het uitbrengen van advies omtrent de vergunningaanvraag en vergunningvoorschriften. Terwijl de commissie daarnaast ook een taak krijgt in de toetsing van de kwaliteit van de interne opleidingen van de A-organisaties en de bevoegdheid krijgt om een aanvrager van een vergunning een praktijktoets af te nemen.

Terug naar wadloopverordening art. 8


Bladeren door de verordening