[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid   7. Toelichting bij art. 9 en 10 en art. 11

Wadloopverordening 1996

  7. Toelichting bij art. 9 en 10 en art. 11

Terug naar inhoudsopgave

 
Toelichting bij art. 9 en 10

Zowel de te machtigen personen als de B-vergunninghouders worden geacht in staat te zijn een groep onervaren deelnemers over het wad te gidsen. De B-vergunninghouders doen dit soms individueel, de gemachtigden zijn altijd met twee of meer gidsen tegelijk. Bij elke tocht dient echter minimaal een gids aanwezig te zijn die de kennis en ervaring heeft om een groep individueel over het wad te leiden.
De gewenste kennis en ervaring is op te doen in een interne opleiding bij een van de A-organisaties. G.S. zal de kwaliteit van de opleidingen laten toetsen door de wadloopadviescommissie.
Bij twijfel kan gedeputeerde staten de wadloopadviescommissie vragen een praktijktoets te organiseren.

De wadlooptochten worden gehouden binnen een gebied dat is aangewezen als staatsnatuurmonument. De vergunninghouder en gemachtigden dienen daarom een aantal randvoorwaarden ter bescherming van de natuurwaarden in acht te nemen. Daarbij betreft het zowel het naleven van de gemaakte quoterings- en zoneringsafspraken als het er op toezien dat de deelnemers aan de wadlooptocht de gedragsregels ter bescherming van de natuurwaarden in acht nemen.

Terug naar wadloopverordening 9 en 10


 
Toelichting bij art. 11

Een van de problemen die zich rond het wadlopen voordoen, is het ongeoorloofde combineren van verschillende vergunningen; hierdoor is het mogelijk dat veel grotere of veel meer groepen tegelijkertijd zich op het Wad bevinden dan volgens de afzonderlijke vergunningvoorschriften is toegestaan. Door dit artikel wordt in de verordening zèlf de koppeling van B-vergunningen aan A-machtigingen en aan andere B-vergunningen onmogelijk gemaakt.


Terug naar wadloopverordening art. 11


Bladeren door de verordening