[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid 18. Criteria bij de vergunningverlening

Wadloopverordening 1996

18. Criteria bij de vergunningverlening


Terug naar inhoudsopgave

A-vergunning

1. Een A-vergunning-houder (zijnde een rechtspersoon) heeft de bevoegdheid de eigen gidsen op te leiden via een interne opleiding. De opleiding dient te worden goedgekeurd door Gedeputeerde Staten, gehoord de Wadloopadviescommissie.
Deze opleiding dient in ieder geval aan de volgende eisen te voldoen :
- gericht op een combinatie van theorie en praktijk
- een meerjarige opleiding met een opbouw in de te dragen verantwoordelijkheid voor de deelnemer. Voor wat betreft de inhoud baseren wij ons op de advisering door de Wadloopadviescommissie.

2. De opleiding dient te worden opengesteld voor individuele wadlopers of wadlopers aangesloten bij een andere organisatie.

3. De vergunninghouder wordt geacht de afspraken zoals vastgelegd in een gezamenlijk convenant na te komen. Per vergunning zullen hiertoe de afspraken in de voorwaarden worden opgenomen.

B-vergunning

1. De aanvrager van een B-vergunning (zijnde een natuurlijke persoon) moet het duidelijk zijn dat van hem/haar wordt verwacht dat hij/zij geheel zelfstandig en individueel een wadlooptocht met onervaren deelnemers kan voorbereiden en uitvoeren. En hij/zij moet kunnen inschatten of voor en tijdens de tocht de omstandigheden waaronder wordt gelopen aanvaardbaar zijn en zullen blijven.

2. De aanvrager zal moeten aantonen dat hij/zij een als zodanig goedgekeurde opleiding tot wadloopgids bij een van de A-organisaties met goed gevolg heeft afgerond.

3. Minstens één A-vergunninghouder moet als referent willen optreden en stellig en zonder voorbehoud aangeven dat de aanvrager over aanwijsbare ervaring beschikt en aan de vereisten onder 1. genoemd kan voldoen.

4. De aanvrager zal moeten opgeven welke de ervaring is.
Dus:

  • opgave van het aantal gelopen tochten
  • aangeven in welke hoedanigheid de tochten zijn gemaakt (bv. deelnemers, gids in opleiding, solo enz.)
  • het aantal jaren als wadloper actief
  • de diverse routes waarop gelopen is.

5. De aanvrager moet minimaal de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

6. De aanvrager zal over de benodigde uitrusting moeten kunnen beschikken, waaronder een telefoon- of marifoonverbinding naar de vaste wal.

7. Het verkrijgen van een all-round B-vergunning dient vooraf te zijn gegaan door minstens 3 jaar een B-vergunning voor een speciale route.

8. Bij twijfel over de opgegeven deskundigheid en/of ervaring kan de Wadloopadviescommissie besluiten de aanvrager een praktijktoets te laten ondergaan.

C-vergunning

1. De aanvrager voor een C-vergunning dient minstens de leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt.

2. De aanvrager zal moeten opgeven welke de ervaring is:
Dus:

  • opgave van het aantal gelopen tochten
  • aangeven in welke hoedanigheid de tochten zijn gemaakt (bv. deelnemers, gids in opleiding)
  • het aantal jaren als wadloper actief
  • de diverse routes waar op gelopen is.

3. Het moet de aanvrager duidelijk zijn dat van hem/haar verwacht wordt dat hij/zij in staat is geheel individueel een wadlooptocht te maken en daarbij zichzelf niet in onnodig gevaar te brengen.

4. Bij twijfel over de opgegeven deskundigheid en/of ervaring kan de Wadloopadviescommissie besluiten de aanvrager een praktijktoets te laten ondergaan.


Bladeren door de verordening