[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid 24. Voorschriften voor C-vergunninghouders (update 27 okt. 2017)

Wadloopverordening 1996

24. Voorschriften voor C-vergunninghouders (update 27 okt. 2017)

Deze versie van de 'Voorschriften bij de Wadloop C-vergunning' is toegezonden aan de C-vergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.
 
Voorschriften C-vergunning voor individuele wadlopers die geen deelnemers mogen meenemen Terug naar inhoudsopgave

  1. De vergunning geldt voor het individueel lopen van wadlooptochten voor de routes zoals aangegeven bij de beslissing.

  2. De vergunninghouder loopt onder eigen verantwoordelijkheid en mag geen tochten leiden.

  3. De vergunninghouder dient voldoende voorzorg te nemen voor de eigen veiligheid.

  4. De vergunninghouder dient zich te kunnen legitimeren middels een door de provincie Fryslân verstrekte legitimatiekaart voorzien van goed gelijkende pasfoto.

  5. De vergunninghouder dient kennis te hebben van de actuele weersverwachting.
    Een wadlooptocht mag niet worden gehouden indien te verwachten is dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat het houden van een wadlooptocht niet verantwoord genoemd kan worden.
    Daarbij geldt dat er geen tocht mag worden gehouden indien:
    • bij de start de Lifted-Index negatief is en het KNMI geldig voor de Waddenzee een weeralarm afgeeft met de code geel voor de plek waar gelopen gaat worden;
    • aangenomen moet worden dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater zal plaatsvinden. Deze voorwaarde geldt niet voor de tochten die noodzakelijkerwijs een tijdstip van aankomst meebrengen dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater (tochten naar Schiermonnikoog);
    • daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm);
    • bij aanvang van een tocht het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek.
  6. De vergunninghouder dient mee te voeren:
    • een goed werkend kompas (het verdient aanbeveling een reserve-kompas mee te nemen)
    • een peilstok
    • een goed werkend horloge
    • een bijgewerkte routekaart waarop de positie permanent kan worden afgelezen
    • de verstrekte legitimatiekaart, voorzien van een goed gelijkende pasfoto
    • werkzame valschermlichten en/of handstakellichten
    • een uitgewerkt tijdschema
    • een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd
    • een door het Agentschap Telecom goedgekeurde portofoon 1) en een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de lopen tocht.
    • de portofoon dient voorzien te zijn van automatische zender identificatie (ATIS) en dient geprogrammeerd te zijn met de op de vergunning vermelde radioroepnaam (ATIS-code)
    • voldoende proviand voor de tocht
  7. De vergunninghouder dient een basiskennis te hebben van EHBO.


    1) Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor 'bijzonder gebruik' van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontacten (tel. 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie).


    Bladeren door de verordening