[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid 27. Totstandkoming Wadloopverordening

Wadloopverordening 1996

27. Totstandkoming Wadloopverordening

Terug naar inhoudsopgave


a. Inleiding
b. Reacties en overwegingen
c. Vaststellingsprocedure
d. Te gebruiken communicatie-apparatuur
e. Samenstelling Wadloopadviescommissie
f. Wadexcursies met een natuur-instelling
g. Uitzonderingsregels voor opvarenden van boten
h. Criteria voor vergunningverlening
i. Quoteringsafspraken
Bijlage: lijst van insprekers



a. Inleiding

Begin 1993 is door de Stuurgroep Waddenprovincies de herziening van de bestaande Wadloopverordening die uit 1983 dateert ter hand genomen.
Een eerste voorontwerptekst werd in het najaar van 1993 aan het Regionaal Coördinatiecollege Waddengebied (RCW), de Wadloopadviescommissie, de Waddenadviesraad (WAR) en de wadlooporganisaties ter commentaar voorgelegd.

Diverse reacties zijn binnengekomen, waarbij vooral de Wadloopadviescommissie en de Waddenadviesraad zeer uitvoerig op de materie zijn ingegaan. Er is toen besloten iets meer tijd uit te trekken voor de voorbereiding van de nieuwe verordening. De Waddenadviesraad heeft daarop een eigen conceptverordening met toelichting voorgelegd waarop ook door de Wadloopadviescommissie is gereageerd. Bij de vervaardiging van de concept-verordening is van deze reacties dankbaar gebruik gemaakt.
Een aangepaste concept-verordening is in 1994 gepresenteerd en besproken in het RCW, de Wadloopadviescommissie en de Waddenadviesraad.

Met de wadlooporganisaties heeft in het voorjaar van 1995 een reeks van besprekingen plaatsgevonden vooral gericht op het totstandkomen van een gezamenlijk convenant inzake de quotering van het wadlopen.
Bij deze besprekingen is ook een overleggroep van B-vergunninghouders betrokken.
De overige vergunninghouders zijn middels een informatiebulletin over de inhoud en de procedure van de nieuwe verordening geïnformeerd.

In deze notitie wordt ingegaan op de reacties die deels schriftelijk, deels telefonisch, zijn binnengekomen op de concept-verordening van begin 1994. Diverse reacties hebben hun weerslag gekregen in de definitieve teksten. Uit het oogpunt van zorgvuldigheid ook naar degenen die hebben gereageerd hebben wij er voor gekozen onze overwegingen in deze aparte 'totstandkomingsnota' kort weer te geven.



b. Reacties en overwegingen

De reacties hadden met name betrekking op de volgende onderwerpen:

  • Vaststellingsprocedure
  • Te gebruiken communicatie-apparatuur
  • Samenstelling Wadloopadviescommissie
  • Wadexcursies met een natuur-instelling
  • Criteria voor vergunningverlening
  • Quoteringsafspraken



c. Vaststellingsprocedure

De totstandkoming van de Wadloopverordening 1996 heeft in een aantal fasen plaatsgevonden. Op de voorontwerptekst zijn met name door de WAR en de Wadloopadviescommissie zeer uitgebreide en gedegen adviezen uitgebracht. De WAR heeft daarbij zelfs een eigen verordeningsvoorstel voorgelegd en eveneens voorstellen gedaan voor quoteringsafspraken.
Deze adviezen zijn in de concept-tekst grotendeels overgenomen, waarna de nieuwe teksten opnieuw aan de WAR, de Wadloopadviescommissie, de wadlooporganisaties en het RCW zijn voorgelegd.

In reactie op geluiden dat de B-vergunninghouders op deze wijze onvoldoende informatie kregen is er een informatiebulletin gemaakt waarin de hoofdlijnen van de nieuwe verordening zijn aangegeven.

In het informatiebulletin is expliciet aangegeven dat men vragen en opmerkingen t.a.v. de Wadloopverordening aan ons kon laten weten. Een aantal B-vergunninghouders heeft van deze gelegenheid ook gebruik gemaakt.

Via de procedure zoals hierboven aangegeven hebben wij o.i. voldaan aan de verplichting de betrokkenen de gelegenheid te geven in de spreken op de voornemens.



d. Te gebruiken communicatie-apparatuur

Diverse reacties hadden betrekking op de communicatie-apparatuur die via de vergunning verplicht wordt gesteld.

Wij hebben ons hierover laten adviseren door de instanties die in noodsituaties reddingsoperaties zullen uitvoeren.

Een marifoonverbinding wordt algemeen gezien als de meest veilige/zekere verbinding. Daarbij zouden de wadlopers eigenlijk over vier kanalen moeten beschikken. Kanaal 4 en 5, zijnde de kanalen die bedoeld zijn voor de communicatie in het Waddengebied, kanaal 16, het noodkanaal en kanaal 67 voor de eventuele communicatie met reddingseenheden.
Door de voortschrijdende techniek in communicatieapparatuur is echter ook met een draagbare telefoon op het GSM-net het gehele Waddengebied bereikbaar. Voor B-vergunninghouders die niet over een marifoon-licentie beschikken kan dat een goed alternatief zijn.

De HDTP heeft laten weten dat zij als voorwaarde voor het behalen van een marifoon-licentie stellen dat de aanvrager in het bezit moet zijn van een wadloopvergunning. Zowel A-organisatie als individuele B-lopers kunnen hiervoor dus in aanmerking komen.
De mogelijkheid om met een kleine groep deelnemers nog zonder verbinding met de wal een wadlooptocht te ondernemen door een extra gids mee te nemen vervalt hiermee.



e. Samenstelling Wadloopadviescommissie

In de concept-verordening is reeds aangegeven dat de Wadloopadviescommissie van samenstelling zal veranderen. In art. 8 lid 2 van de nieuwe verordening is opgenomen dat deze commissie mede deskundigen op het gebied van de bescherming van landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden zal moeten omvatten. In de concept-verordening is hiertoe een voorstel gedaan.
Hierdoor ontstond bij enkelen de indruk dat er een Wadloopadviescommissie kon komen waarin onvoldoende wadloopdeskundigheid is vertegenwoordigd.

N.a.v. deze reacties hebben we de aantalsverdeling aangepast en voegen we toe dat verschillende deskundigheid soms in één persoon verenigd kan zijn zodat er altijd een meerderheid van de leden specifieke wadloop-deskundigheid heeft. Dit laatste zal ook in het instellingsbesluit voor de nieuwe Wadloopadviescommissie worden opgenomen. Nadrukkelijk zij gesteld dat de leden o.g.v. deskundigheid worden gevraagd en niet als vertegenwoordigers van een bepaalde groep belanghebbenden.

In de afspraken die gemaakt zijn met de wadlooporganisaties is naast de quotering ook gesproken over de criteria voor B-vergunninghouders. Daarbij is afgesproken dat de Wadloopadviescommissie toezicht zal houden op de kwaliteit van de interne opleidingen van de diverse organisaties. Bij de keuze voor de leden van de nieuwe adviescommissie zal ook met deze taak rekening worden gehouden.



f. Wadexcursies met een natuurdoelstelling

Zowel door de gemeente Ameland als door het Overleg Orgaan Waddeneilanden en door enkele direct betrokken instanties zijn we er op gewezen dat er vanaf de eilanden regelmatig excursies gehouden worden waarbij een groep van 15 tot 25 personen een korte tocht op het wad maakt.
Door de verbeterde definiëring vallen ook deze excursies onder de Wadloopverordening. De organiserende instanties beschikken echter niet over een wadloopvergunning.

Bij nadere informatie bleek het ons dat het om vrij grote hoeveelheden deelnemers gaat, die echter slechts korte afstanden over het wad afleggen en vrijwel nooit een geul oversteken.
Vanuit veiligheidsoverwegingen is het naar onze mening niet noodzakelijk even strenge eisen aan deze excursie-gidsen te stellen als aan de gidsen van wadlooporganisaties.
Gezien de grote hoeveelheden deelnemers die het betreft en ook met het oog op de mogelijk te verstoren natuurwaarden hebben wij er voor gekozen voor deze groepen een ontheffingsmogelijkheid in de verordening op te nemen.

In de ontheffing zal per organisatie worden aangegeven binnen welk gebied de excursies mogen plaatsvinden, waarbij zowel naar de veiligheid als naar de natuurwaarden wordt gekeken. Ook kunnen enkele aanvullende voorschriften worden opgenomen.



g. Uitzonderingsregels voor opvarenden van boten (art. 5 sub e)

Op dit punt wijkt de concept-verordening af van het WAR-advies. De WAR heeft geadviseerd een uitzonderingsregel op te nemen waarbij het opvarenden van boten is toegestaan om 'even de tenen in het zand te steken'. Indien het een groepje betreft groter dan 8 dan is een maximale afstand van 50 meter vanaf het drooggevallen schip voorgesteld en voor kleinere groepen is geen maximum gesteld, alleen de voorwaarden om binnen hetzelfde tij weer aan boord van het eigen schip terug te keren.

In onze visie creëer je hiermee een ongelijkheid tussen verschillende wadgebruikers. Wanneer je vanaf de wal een tocht over het wad gaat maken heb je een vergunning nodig, voor een tocht vanaf een schip gelden dezelfde risico's en heb je dus eveneens een vergunning nodig waarmee degewenste waarborgen ten aanzien van de veiligheid en ten aanzien van het verstoren van de natuurwaarden worden geboden. In de concept-verordening was daarom een afstandscriterium vanaf 200 meter opgenomen.

Vooral vanuit de watersportorganisaties is hier veel weerstand tegen. Naar de mening van de wadvaarders is de Wadloopverordening niet voor hen bedoeld en worden er zo onredelijke normen opgelegd.

Er heeft n.a.v. deze reacties bestuurlijk overleg plaatsgevonden met de NNWB, de Vereniging van Wadvaarders en de Belangenvereniging Beroeps Zeilschippers. In dit overleg is overeengekomen dat de uitzondering wordt aangepast in die zin dat een groep kleiner dan 8 personen niet gebonden is aan een afstandscriterium maar wel geacht wordt de plaats waarop het schip is drooggevallen niet te verlaten.
Voor groepen groter dan 8 personen geldt de norm zoals is opgenomen in de concept-verordening. Bij een afstand van meer dan 200 meter is een wadloopvergunning noodzakelijk.
Over de uitvoering en de handhaafbaarheid van deze regeling zullen wij ook in de toekomst in overleg blijven met de betrokken watersportorganisaties.



h. Criteria voor vergunningverlening

Bij de concept-verordening is een bijlage gevoegd waarin criteria stonden aangegeven voor het verstrekken van een B-vergunning of voor een A-machtigng.
Vanauit de wadlooporganisaties is hier veel op gereageerd omdat de eisen zodanig streng waren gesteld dat naar hun visie het vrijwel niet meer mogelijk zou zijn nieuwe wadloopgidsen op te leiden.

In gezamenlijk overleg is er daarom gekozen voor een andere benadering. De interne opleiding van de A-organisaties krijgt daarbij een centralere rol en de Wadloopadviescommissie krijgt de taak toezicht te houden op de kwaliteit hiervan.

De afspraken zijn nu als volgt: alle A-organisaties hebben een interne opleiding voor hun eigen gidsen. De Wadloopadviescommissie moet deze opleidingen goedkeuren. Deze interne opleidingen zullen ook opengesteld worden voor derden.
Een B-vergunning wordt alleen verstrekt aan diegene die een opleiding bij een van de A-organisaties met goed gevolg heeft afgerond. Dit kan inhouden dat de gehele opleiding is doorlopen maar wanneer een deelnemer door zelfstudie of anderszins reeds veel kennis heeft opgedaan zal het mogelijk zijn een verkort programma te volgen.
Een all-round B-vergunning dient altijd te worden voorafgegaan door een B-vergunning voor een of meerdere specifieke routes.

De A-vergunninghouder is verantwoordelijk voor de machtiging van de eigen gidsen. De A-vergunninghouder zorg er voor dat er bij elke tocht minstens één gids aanwezig is met dezelfde kennis en vaardigheid als gewenst voor een B-vergunning.

Ieder jaar wordt een overzicht van de gemachtigden en hun ervaringsniveau en van de gidsen in opleiding verstrekt aan de vergunningverlener.



i. Quoteringsafspraken

Ook gedurende de periode dat er besprekingen waren met de A-organisaties en de Overleggroep B-vergunninghouders is er nog door diverse mensen op de voorstellen gereageerd. Vanzelfsprekend door de betrokkenen zelf maar ook door bv. B-vergunninghouders die niet bij de besprekingen waren betrokken.

De reacties waren erg divers.
Enerzijds instemming met het standpunt van de provincie dat er geen clustering van tochten meer mag plaatsvinden en ook instemming met het verkleinen van de groepsgrootte voor B-vergunninghouders van 15 naar 12.
Anderzijds waren er ook reacties die het tegenovergestelde bepleitten. Dus wel toestaan van enige mate van clustering en bezwaar tegen de verkleining van de groepsgrootte.

Wij realiseren ons dat het dus niet mogelijk is een oplossing te vinden waarmee alle betrokkenen tevreden zijn.

Wij hebben ons daarom zoveel mogelijk gebaseerd op het quoteringsvoorstel van de WAR, waarin één van de uitgangspunten is geweest: 'alle betrokkenen moeten een beetje pijn lijden'.

Voor de A-organisaties zit die 'pijn' vooral in de beperking voor tochten naar Ameland, Schiermonnikoog en Engelsmanplaat. Op elke weekenddag mogen op elke oversteek max. 2 van de 3 grote organisaties lopen.
Voor alle A-organisaties geldt bovendien een bovengrens voor het totale aantal deelnemers per seizoen.
Verder is het aantal zwerftochten dat tegelijkertijd gelopen mag worden beperkt en is hier ook een bovengrens aan gesteld.

Voor de B-vergunninghouders zit de 'pijn' in het niet meer geclusterd mogen lopen en het beperken van de groepsgrootte tot 12 deelnemers per tocht.

In de besprekingen is er enige ruimte gekomen voor de Overleggroep van B-vergunninghouders. Deze Overleggroep wordt in de gelegenheid gesteld een A-vergunning te krijgen, maar dan met een aantal beperkingen die niet voor de andere A-organisaties gelden. Gedurende de weekenddagen mag deze groep (nu Wadgidsen Groep Noord Nederland geheten, LK) per route max. 1 tocht van 25 deelnemers organiseren en gedurende weekdagen is de max. groepsgrootte 50 deelnemers.
Ook aan deze groep is een bovengrens gesteld voor het totale aantal deelnemers per seizoen.

Met het oog op de gewenste stabilisatie van het aantal wadlopers is aan deze afspraken nog toegevoegd dat de tochten die worden gelopen door een B-vergunninghouder die ook in het bezit is van een A-machtiging meetellen in het jaarquotum aan deelnemers van de A-organisatie.



Bijlage

Schriftelijke reacties op de ontwerp-wadloopverordening zijn ontvangen van:

Dhr. J.G. Hooiring
Dhr. F. Keegstra
H. Posthumus
Dhr. L.Kwant
Groninger Wadloopvereniging Arenicola
Overleggroep B-vergunninghouders
'de kustpersonen'
Wadloopadviescommissie
Dhr. G. van Santen
Stichting Uithuizer Wad
Natuurcentrum Ameland
Dhr. M.H. Loos
Vereniging van Wadvaarders
Waddenadviesraad
Stichting Wadloopcentrum Pieterburen
De Fryske Waedrinners
M. de Waard
W.J.C. Juffer en M.J. ter Weele
Vereniging van Waddenzeegemeenten
A. Staal
Belangenvereniging Beroeps Zeilschippers

Telefonische reacties zijn ontvangen van

Dhr. van Roon (Vereniging van Wadvaarders)
Dhr. C. Kraster
Dhr. Helmholt
Dhr. M. de Waard


Bladeren door de verordening