[email protected] 2.1

U bent in menu 5. Overheid

Broodkruimelpad

Home 5. Overheid Overheid Restcategorie

Restcategorie

Veiligheidsprotocol calamiteiten met wadlopers 2018

Richtlijnen Marifoongebruik Wadlopen

LAUWERSOOG -

Lees meer...

Deze versie van de Eindtermen is toegezonden aan de wadloopvergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.


Aan wadloopgidsen worden eisen gesteld ten aanzien van ervaring met en kennis van het wad als wel eisen ten aanzien van de veiligheidsmaterialen die tijdens een wadlooptocht moeten worden meegevoerd. Dit geldt zowel voor ervaren als aankomende gidsen.

Bij de beoordeling van aanvragen voor een wadloopvergunning door de provincies wordt gebruik gemaakt van een referentiemethode. Naast individuele referenten, veelal ervaren wadloopgidsen, worden ook de wadlooporganisaties gevraagd een referentie af te geven. Dit laatste is altijd het geval als de aanvrager als gemachtigde bij een organisatie actief is. Bij de beoordeling van een aanvraag weegt het oordeel van een organisatie zwaar.

Bij een dergelijke beoordeling door derden ontbraken tot op dit moment eenduidige en dus controleerbare maatstaven. 'Het handelen te goeder trouw', weliswaar gebaseerd op jarenlange praktijkervaring, was in de praktijk de enige leidraad voor de beoordeling van een aanvraag door derden.

Om inhoud te geven aan de in de verordening en het convenant opgenomen kennis- en ervaring eisen, zal bij het hanteren van het referentiesysteem nu sprake zijn van duidelijk omschreven criteria, de 'eindtermen wadloopvergunning'. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een wadloopvergunning zal de kennis en ervaring van de aanvrager getoetst worden aan de hand van deze 'eindtermen'. Daarbij zal de aanvrager d.m.v. een puntensysteem, moeten voldoen aan de vermelde minimumeisen. Voordeel van een dergelijk systeem is dat:

  • de veiligheidsaspecten van het wadlopen daardoor beter gewaarborgd kunnen worden;
  • er een objectieve(re) toetsing van een nieuwe aanvraag voor een wadloopvergunning kan plaatsvinden;
  • het hanteren van aanwijsbare criteria daarnaast bijdraagt aan de rechtsgelijkheid bij de behandeling van elke nieuw ontvangen aanvraag voor een wadloopvergunning.
 
In de eindtermen worden eisen aan de gids gesteld t.a.v.:

Van een gids wordt bovendien verwacht dat deze op doeltreffende wijze kan handelen op momenten waar op calamiteiten zich voordoen. Hij kan in dat geval beschikken over de actuele informatie voor het inschakelen van de hulpdiensten.


 
A. Uitrusting

Voor het welslagen van een wadlooptocht is het voor de gids belangrijk om over een goede uitrusting te beschikken. Onderstaande zaken dienen tijdens een wadlooptocht meegevoerd te worden.

  1. Een wadloopgids dient zich voor een tocht voldoende te kleden. Hij dient daarbij rekening te houden met de aard van de tocht.

  2. Aan uitrusting:
    • een goed werkend vloeistof of digitaal kompas. Per groep moeten minimaal twee kompassen worden meegenomen
    • een reddingslijn (van plusminus 25 m)
    • een reddingsdeken
    • het meevoeren van een draagbaar is verplicht
    • een duidelijk hoorbare fluit
    • een setje verband- en hulpmiddelen, zie Basiskennis EHBO
    • een peilstok
    • een goed werkend horloge
    • de verstrekte legitimatiekaart voorzien van een goed gelijkende pasfoto
    • minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep
    • een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd
    • een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt (zo mogelijk een namenlijst)
    • een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon 1) en een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht
    • voldoende proviand voor de tocht.
Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn is dat ook voldoende.

1) Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor 'bijzonder gebruik' van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontacten (tel. 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat ( minimaal Basiscertificaat Marifonie).


 
B. Topografie
  1. De gids dient een gedegen terreinkennis te hebben van het gebied waarin gelopen gaat worden. De gids moet op de hoogte zijn van de ter plaatse te verwachten slikvelden, zandplaten en de ligging en diepte van geulen en prielen. Daarbij dient de gids gebruik te maken van een routekaart waarop de te lopen koersen op het wad staan vermeld evenals de laagste en hoogste punten in de route en de punten waar koersveranderingen (met de daarbij behorende coördinaten) moeten worden gemaakt. Daarnaast moeten ook de afgesloten gebieden (art. 20 Natuurbeschermingswet 1998) op de kaart vermeld staan. De gids moet kunnen motiveren waarom en op welk punt op de route een koersverandering moet worden gemaakt. Op de routekaart moet de positie van de groep permanent afgelezen kunnen worden.

  2. De gids dient een gedegen kennis te hebben van de werking van kompas (en moet zelfstandig een positiepeiling kunnen uitvoeren) en moet goede vaardigheden hebben voor wat betreft het kaartlezen. De gids moet in staat zijn op een van de voren uitgezette route te lopen met daarin de 'knikpunten' van koersverandering.

  3. De gids moet in het bezit zijn van een uitgewerkt tijdschema voor de tocht. Duidelijk is dat in de beperkte periode waarin een wadlooptocht mogelijk is het bewaken van de tijd van levensbelang is. De route moet in redelijkheid zodanig gekozen worden dat deze kan worden gelopen binnen de beschikbare tijd. De gids dient een planning te maken van de posities waar men op een bepaald tijdstip dient te zijn (bv. op welk tijdstip dient een geul in de route te worden genomen). Uiteraard is het in dit verband belangrijk zich aan het vertrektijdenschema te houden.


 
C. Meteorologie
  1. Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellen van de actuele weersverwachtingen ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Er is hier sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloopgids.

  2. Zo moet de gids een inschatting kunnen maken van de kans op onweer, gebaseerd op meteorologische gegevens. De gids moet in staat zijn informatie met betrekking tot de windrichting en -sterkte op een juiste wijze te interpreteren in verband met de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de waterstanden.

  3. De gids moet daarnaast in staat zijn de kans op regen en daarmee samenhangende temperatuurverschillen te kunnen inschatten (in dit verband is het van belang te letten op de gevoelstemperatuur en het gevaar van onderkoeling).

  4. Voorwaarde daarvoor is dat de gids goed op de hoogte is van de bestaande weerkundige informatiebronnen.


 
D. Hydrologie
  1. Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellen van de actuele hydrologische omstandigheden ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Ook hier is sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloopgids.
    Zo moet een gids op de hoogte zijn van de te verwachten verhogingen, dan wel verlagingen van de waterstand als gevolg van de meteorologische omstandigheden (bv. windrichting en -sterkte).

  2. Voorwaarde daarvoor is dat de gids op de hoogte is van de bestaande informatiebronnen voor de actuele waterstanden.

  3. Geen tocht mag worden gehouden indien daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm).

  4. Een gids moet in staat zijn stroomrichting, stroomsnelheid en de waterhoogte in de geulen op de route in te schatten.

  5. Een gids moet een goede kennis hebben van de astronomische getijgegevens, zoals tijdstip van hoog en laag water, de aard van het getij (springtij, doodtij, de dagelijkse ongelijkheid, apogeum, perigeum) en de actuele getijtabel.

    NB: De in het ' Uiterste vertrektijdenschema' vermelde tijden blijven overigens onverkort van kracht.


 
E. Organisatie en omgang met deelnemers
  1. In het algemeen is tijdens wadlooptochten de 'gedragscode t.a.v. wadlooptochten en zwerftochten' van toepassing, zoals die is opgenomen in het Convenant Wadlopen. De gids dient de deelnemers aan een tocht van tevoren te informeren over de juiste kleding, de fysieke eisen, de risico's en van het belang op tijd aanwezig te zijn op de afgesproken locatie e.d.

    Een gids moet voorafgaand aan en tijdens een wadlooptocht een inschatting van de fysieke toestand van de deelnemers kunnen maken en moet weten hoe hiermee om te gaan. Bv. door te besluiten deelnemers niet mee te nemen, dan wel terug te sturen of door meer rustpunten in de route op te nemen.

  2. De gids ziet er op toe dat de door de deelnemers aan een wadlooptocht meegebrachte kleding, gelet op de aard van de tocht, voldoende is. Van belang daarbij is te letten op voldoende warme kleding, zodat onderkoelingsproblemen kunnen worden voorkomen.

  3. De gids dient een gedegen kennis te hebben van EHBO en moet in staat zijn wanneer dat nodig is zelfstandig een reanimatie uit te voeren. De gids moet in staat zijn preventieve maatregelen te nemen ter voorkoming van letsel, maar moet bij optredend letsel in staat zijn een eerste behandeling uit te voeren.

  4. De gids moet weten hoe om te gaan met onervaren deelnemers op het wad bij de passage van geulen, slikvelden en bij slecht weer en mist.

  5. De gids moet in staat zijn de meegevoerde verbindingsapparatuur te bedienen. Het is vereist in het bezit te zijn van geldige bedieningscertificaten voor maritieme zendapparatuur.

  6. De gids moet in staan zijn om onder alle omstandigheden op adequate wijze leiding te geven aan de groep en moet, wanneer de omstandigheden dit vereisen (bv. bij mist of onweer), tussentijds routecorrecties kunnen uitvoeren of de route verkorten. De gids moet tijdig het besluit kunnen nemen een reddingsactie aan te vragen en de gids dient daarvoor op de hoogte te zijn van de juiste procedures.


De Wadloopadviescommissie (WAC) is in 1981 ingesteld bij het van kracht worden van de 1e Provinciale Wadloopverordening. Op basis van art. 8 van deze verordening is er een commissie van deskundigen in het leven geroepen die Gedeputeerde Staten van Groningen, Fryslân en Noord Holland adviseert over alle belangrijke zaken die met het wadlopen te maken hebben, bv. vergunningverlening, vergunningvoorschriften, sanctiebeleid e.d. Iedereen die een wadloop B-vergunning (individuele wadloopvergunning) aanvraagt, wordt door de examencommissie van de adviescommissie mondeling getoetst op kennis en ervaring. Ook heeft de commissie een taak in het beoordelen van de interne opleidingen tot wadloopgids bij de acht wadlooporganisaties.

Veiligheidscommissie
Van 1981 tot 1996 was de Wadloopadviescommissie een 'veiligheidscommissie'. Er werd in brede zin geadviseerd over alleen de zaken die met de veiligheid van het wadlopen te maken hadden. Uitsluitend wadlopers waren lid van de commissie (plus een voorzitter met juridische deskundigheid).

De 3e Wadloopverordening die eind 1996 van kracht werd gaf de provinciale overheid ook mogelijkheden maatregelen te treffen met betrekking tot het wadlopen als dat van belang werd geacht voor de natuur en het landschap van de Waddenzee, bv. om verstoring van vogels en zeehonden zo veel mogelijk tegen te gaan. Verder werd het wadlopen vanaf drooggevallen schepen onder de verordening gebracht, evenals de natuureducatieve excursies die vanaf de Waddeneilanden en vanaf de vaste wal worden georganiseerd.
In verband hiermee werd de samenstelling van de adviescommissie veranderd. Behalve wadlopers zatem er nu ook deskundigen in de commissie met kennis van natuur en landschap van de Waddenzee, van het wadlopen vanaf drooggevallen schepen en van de natuureducatieve excursies.

Opnieuw veiligheidscommissie
In 2010 zijn de bepalingen met betrekking tot natuurbescherming uit de 3e Wadloopverordening gehaald en bij de Wet Natuurbescherming (Wnb) ondergebracht. Daarmee is de Wadloopadviescommissie opnieuw alleen een 'veiligheidscommissie' geworden.

Ieder lid zit op persoonlijke titel in de commissie en niet namens bv. een wadlooporganisatie of andere belangenorganisatie. Men wordt gevraagd en benoemd door Gedeputeerde Staten van Fryslân. De zittingstermijn is 4 jaar en kan een onbepaald aantal keren worden verlengd. De commissie komt twee tot drie keer per jaar in besloten zitting te Leeuwarden bijeen.

Sinds medio 2011 (!) wordt er gewerkt aan een nieuwe (provinciale of gemeentelijke ?) Wadloopverordening. Wanneer deze gereed is zal er vermoedelijk een nieuwe Wadloopadviescommissie worden benoemd.

Leden WAC
Oktober 2017 bestaat de commissie uit vijf leden en een ambtelijk secretaris. De leden zijn:

  • Vacature: voorzitter en juridisch deskundige
  • Ypke Bouma, deskundigheid wadlopen
  • Cees Oele, deskundigheid wadlopen
  • Lammert Kwant, deskundigheid wadlopen
  • Wiepke Toxopeus, deskundig op het gebied van educatieve wadexcursies
  • Hennie de Boer: deskundig op het gebied van wadlopen vanaf drooggevallen schepen.

    Secretaris is mw. Evelien Duizendstraal, medewerker afd. Landelijk Gebied Beleid, provincie Fryslân. Ze is geen lid van de commissie.

    Leden Examencommissie
    De examencommissie die aanvragen toest voor individuele wadloopvergunningen (B-vergunning) bestaat uit de heren Ypke Bouma, Cees Oele en Lammert Kwant.

    Zie voor nadere informatie over de wadloopadviescommissie ook de toelichting bij de Wadloopverordening 1996.


  • BASISKENNIS EHBO

    Deze versie van 'Kennis van EHBO voor Wadloopgidsen' is toegezonden aan de wadloopvergunninghouders voor de periode 1 maart 2017 tot 1 maart 2020.


    In de voorwaarden, zoals die verbonden zijn aan de vergunningen en de ontheffingen, staat vermeld dat verwacht wordt dat een vergunning- of ontheffinghouder de basiskennis van EHBO heeft. Hieronder is daartoe een aantal stoornissen c.q. verwondingen aangegeven die bij wadlooptochten (en mogelijk excursies) kunnen voorkomen en waarvan het voor een gids belangrijk is ze te kunnen onderkennen en (afvast) te behandelen.

    1. Stoornissen in:

    • bewustzijn (incl. flauwte)
    • ademhaling (incl. verslikken en hyperventilatie; dit bijvoorbeeld ten gevolge van ruimtevrees)
    • bloedcirculatie (incl. shock en hartstilstand na blikseminslag)

    Behandeling

    • ademweg vrijmaken
    • kunstmatige beademing
    • hartreanimatie
    • (en uiteraard snel hulp inroepen)

    2. Stoornissen in lichaamsconditie en lichaamstemperatuur:

    • onderkoeling (komt vaak voor)
    • oververhitting (dragers van wetsuit/duikpak)
    • zonnesteek
    • zware inspanning/uitputting

    3. Regelmatig voorkomende verwondingen en blessures:

    • kleine wonden en/of bloedingen, b.v. snijwondjes (schelpen) of blaren
    • verstuikingen en verzwikkingen van gewrichten (enkel en knie)
    • spierblessures (met name spierkramp en verrekkingen, b.v. zweepslag in de kuit)
    • kwallenbeten
    • zonverbranding
    • vuiltje in het oog
    • bloedneus

    Een en ander kan worden nagelezen in bv. het Oranje Kruis Boekje.


    Inhoud verbanddoos

    • 2 reddingsdekens
    • voorgeknipte pleisters
    • betadine-jodium of ander wond-ontsmettend middel
    • snelverband 12x12 en 18x18 cm of snelverband op rol
    • zelfklevende zwachtels
    • verbandschaar
    • enkeltape
    • paracetamol of ibuprofen (wel altijd eerst vragen naar evt. overgevoeligheid)

    Tips: buiten de EHBO-doos evt. ducktape, erg handig
    En voetbalkousen om aan te trekken over kapotte of te grote wadloopschoenen.


    Vergunning Wet Natuurbescherming 2017-2022

    Op 14 april 2017 is door Gedeputeerde Staten van Groningen aan vijf wadlooporganisaties en zeven individuele wadloopgidsen vergunning verleend in de periode 2017-2022 ieder jaar een of meer wadlooptochten naar Rottumeroog te maken met deelnemers/toeristen. Vijf individuele wadloopgidsen krijgen vergunning jaarlijks een of meer tochten zelf naar Rottumeroog te lopen zonder deelnemers/toeristen. Totaal gaat het om max. 43 wadlooptochten per jaar. In het voorjaar mogen daarnaast door iedere vergunning max. 3 verkenningstochten worden gelopen zonder deelnemers.

    Rottumeroog e.o. ligt in het Natura 2000-gebied Waddenzee, het gebied is aangewezen als permanent niet toegankelijk gebied. De Wadloopvergunning is daarom niet zonder meer geldig, er is ook een vergunning nodig op basis van de Wet Natuurbescherming (Wnb). Of het wadlopen 'de kwaliteit van de habitats van het Natura 2000 gebied Rottum zou kunnen verslechteren of significant verstorende effecten heeft', is vastgesteld door middel van een 'natuurtoets'.

    Daarbij is gebleken dat de verstoring van rustende, fouragerende en broedende vogels en de verstoring van zeehonden nihil tot gering is of met enkele 'mitigerende maatregelen' (bv. niet betreden van Rottumeroog, afstand houden tot de Zuiderduinen en tot de zeehondenligplaatsen langs het Schild) zo veel mogelijk kan worden voorkomen.

    Aanvragen van vergunningen van wadlooptochten naar Rottumerplaat worden niet gehonoreerd.

    In de praktijk verandert er daardoor niets, de vergunninghouders zijn dezelfde als in de periode 2011-2016, ook het aantal vergunde wadlooptochten is voor iedere vergunninghouder gelijk gebleven.


    Beleidsuitgangspunten in de Beheerregeling Rottum

    Het gebied Rottum is een zeer kwetsbaar natuurgebied en gevoelig voor verstoring van de aanwezige natuurwaarden en is daarom permanent afgesloten voor betreding. Het algemene uitgangspunt is dan ook dat er gestreefd wordt naar stabilisatie van het aantal wadlooptochten en vaarbewegingen naar Rottumeroog. Om beschadiging, verstoring en verontrusting aan de aanwezige flora en fauna tot een minimum te beperken, zijn er in het verleden diverse voorwaarden aan de vergunningen verbonden. De voorwaarden kunnen, indien de omstandigheden in de praktijk daartoe aanleiding geven, aangepast worden. Met name gaat het dan om de te lopen wadlooproute cq. opstapplaats wadlopers/afzetplek excursiedeelnemers.

    Het totaal aantal jaarlijkse vaarbewegingen naar Rottum is maximaal 68, gebaseerd op 43 wadlooptochten en 25 excursies van Staatsbosbeheer. Voorafgaand aan het wadloopseizoen zijn er drie verkenningen mogelijk die gecombineerd worden met de drie vaarbewegingen van de schepen ms Boschwad en ms Noordster.

    B- en C-vergunninghouders dienen hun wadlooptochten af te stemmen met wadlooptochten van A-organisaties dan wel met de excursies van Staatsbosbeheer zodat het aantal vaarbewegingen stabiel blijft op 68. Op basis van de gelopen tochten in de afgelopen vergunningsperiode (2011-2016) zal er geen herverdeling van de tochten voor vergunninghouders worden genomen. Voor de verdeling per vergunninghouder, zie onder.

    Per laagwatertij mag er maximaal 1 schip van de vergunninghouder in het gesloten gebied Rottum (Art. 2.5 Wnb) aanwezig zijn voor het ophalen van wadlopers c.q. excursiedeelnemers van Staatsbosbeheer. Maximaal 3 maal per wadloopseizoen mogen er twee schepen van de vergunninghouder in het gesloten gebied Rottum aanwezig zijn per laagwatertij. Deze mogelijkheid mag alleen plaatsvinden indien op basis van de getijde tabel er onvoldoende "geschikte" wadloopdagen voor alle A-wadlooporganisaties te plannen valt. Geplande vaar- en wadlooptochten die geen doorgang kunnen vinden door ongunstige weersomstandigheden kunnen binnen hetzelfde wadloopseizoen (mei tot en met oktober) ingehaald worden. Deze nieuwe ingeplande wadlooptochten dienen wel gemeld te worden aan het bevoegde gezag (provincie Groningen).

    De noodzakelijke verkenningstocht(en) die gehouden worden voorafgaand aan het wadloopseizoen maken geen deel uit van het totaal aantal wadlooptochten dat verleend is. Wel zijn deze tochten meldingsplichtig bij het bevoegde gezag (provincie Groningen).

    Aanvragen van vergunningen van wadlooptochten naar Rottumerplaat worden niet gehonoreerd,


    Vergunningverlening

    Per 14 april 2017 worden aan de volgende organisaties cq. personen Wnb-vergunningen verleend mbt. het maken van wadlooptochten naar Rottumeroog, geldig van wadloopseizoen 2017 t/m wadloopseizoen 2022.

    A-vergunninghouders

    Naam Aantal tochten Aantal verkenningen
    St. Uithuizer Wad 11 3
    Vereniging de Vrije Wadlopers 5 3
    Wadloopcentrum Fryslan 3 3
    St. Wadloopcentrum Pieterburen 22 3
    GWV Arenicola 2 3
    Totaal 43  

    B-vergunninghouders

    Naam Aantal tochten Aantal verkenningen
    T.H.J. Fokker 3 3
    G. Glas 3 3
    G. van der Wal 2 3
    R. Dijkstra 1 3
    C. Bangma 1 3
    L.H. Kwant 4 3
    R. Schmutzler 1 3
    Totaal 15  

    C-vergunninghouders

    Naam Aantal tochten Aantal verkenningen
    J.Pietens 5 3
    H.Naber-Meints 1 3
    A. Naber 1 3
    T.H.J. Fokker 2 -
    M. Haarsma 1 3
    Totaal 10  

    Lees ook:

    Vergunning Wet Natuurbescherming Wadlooptochten naar Rottumeroog 2017-2022

    Beheerregeling Rottum 2011-2016